18-07-2011

Acht jaar Grand Prix 4


Abstract:
In 2003 kocht ik het spel GP4 en nu speel ik het nog. Er zijn veel programma's op internet gekomen waarmee het spel naar eigen inzicht te veranderen is en dat heb ik ook geregeld gedaan. Na een aantal jaren weinig te hebben gespeeld, heb ik de draad weer opgepakt nadat ik erachter kwam hoe ik een aantal vervelende problemen kon verhelpen.
GP4 is gebaseerd op het 2001-seizoen, dat heel anders was opgezet dan het huidige formule 1-seizoen. In het tweede deel van dit artikel probeer ik in woorden aan te geven wat er kwam/komt kijken bij de juiste pitstopstrategieën in het echt en in het spel.

Zomervakantie
Het was de zomer van 2003. Na de vakantie zou mijn laatste jaar op de middelbare school ingaan, maar daar was ik nu nog niet zo mee bezig. Net terug van een zonnige vakantie in Spanje, wilde ik ook thuis nog het een en ander te doen hebben. Ik was inmiddels wel een beetje uitgekeken op F1 2000, dus was ik op zoek naar een nieuw racespel. In de Intertoys zocht ik naar nieuwe racespellen, zoals bijvoorbeeld F1 2002 of F1 2003, mochten die spellen zijn uitgekomen. Die waren er helaas niet: in die periode raakten formule 1-spellen voor de PC uit zwang en verschenen er steeds meer spellen voor de Playstation. Toen viel mijn oog ineens op een blauw doosje. Het was een schattig formule 1-spelletje en het zag er goed uit. De prijs (vijftien euro) viel me ook erg mee. Helemaal in de wolken van een goedkoop formule 1-spel, schafte ik ook maar meteen Sim City 3000 aan. Dat spel kostte maar drie (!) euro of zo, dus daar kon ik moeilijk een buil aan vallen.

Thuis probeerde ik de spellen meteen uit. Over Grand Prix 4 (GP4) kan ik kort zijn: mijn eerste indruk was dat het er PRACHTIG uitzag, precies zoals op de doos staat: "adembenemend realistisch, verbluffend gedetailleerd en eindeloos enerverend." Verder was het spel goed te besturen met het toetsenbord, een groot pluspunt, daar de racestuurtjes een voor een naar de knoppen gingen.* Dit had alles te maken met de aparte manier waarmee de wagens bestuurd werden: de baan bepaalde in feite hoeveel stuuruitslag je op een bepaald punt had. De racebeleving was daardoor soms wat minder, aan de andere kant kon je nu vrij precies rijden en ging je voor je gevoel wel snel. Het spel was gebaseerd op het 2001-seizoen, waar ik na enig kijken wel achter was. Wel jammer dat het spel toen al twee seizoenen achterliep. Met het 2001-seizoen had ik ook niet zo veel.

 
Zo ziet de doos van GP4 eruit. Zie Wikipedia.

Het spel bood eveneens de kans in de regen te rijden, wat er erg mooi uitzag. Je zag de hemel betrekken, waarna de druppels vielen en het asfalt glad en helder als een spiegel werd. De computer-controlled cars (CC's) doken ogenblikkelijk de pits in voor andere banden. De regenraces leverden een mooi schouwspel op door de nevel die elke auto opwierp. Wanneer het vervolgens weer droog werd, ontstond er een smalle droge lijn. Precies op het juiste moment gingen de CC's weer de pits in, nu om de regenbanden (die in vier (!) types aanwezig waren: intermediates, soft wet, hard wet en monsoon) in te wisselen voor slicks.

De eerste race-ervaringen
Al gauw besteedde ik vele uren aan het spel. In het begin was ik vaak nog behoorlijk traag, waardoor ik net met de staart van de middenmoot mee kon doen. De snelheidsverschillen tussen de verschillende deelnemers waren enorm. Het "veld" werd al snel uit elkaar getrokken, waarna slechts enkele groepjes overbleven. De race werd daardoor al snel vrij saai, hoewel dat wel prettiger was als je een keer je tweede plaats veilig wilde stellen. Vaak reed ik ergens eenzaam mijn rondjes: mijn voorgangers waren uit het zicht verdwenen, maar de pipo's achter me gelukkig ook.

De pitstops waren wat minder geslaagd. In GP4 zijn de CC's wel erg braaf, om niet te zeggen schijterig. Bij de start wachten ze keurig op elkaar en wanneer iemand van de baan vliegt, zal hij eerst geduldig het hele veld voorbij laten, om daarna nog eens een poging te doen weg te komen. Liever een race verknollen dan een botsing riskeren. De pitstops verliepen ook erg traag: de wagen wordt eerst omzichtig in het parkeerplaatsje gemanoeuvreerd, waarna de pitcrew het ook rustig aan doet. Al met al kosten de pitstops je zo een halve minuut op de baan, als je al werd weggestuurd: de pitstop-bug is een beruchte fout in het spel.

Desondanks zijn pitstops aantrekkelijk in het spel: de bandenslijtage is een niet te onderschatten factor. De bandenslijtage is zo hoog dat in de race de rondetijden op nieuwe banden vrijwel altijd sneller zijn dan de rondetijden met een bijna lege tank. Dit leidt tot vrij onrealistische situaties, waarbij de coureurs die eerder naar de pits gaan vaak in het voordeel zijn: zij kunnen op nieuwe banden tijd winnen op degenen voor hen die later naar de pits gaan en ze zodoende inhalen. Anno 2011 is dit een gebruikelijke tactiek, in 2001 waren de banden duurzamer en mocht er nog worden bijgetankt. In vrijwel alle (echte) races in 2001 werden de snelste raceronden kort voor een pitstop neergezet, daar kom ik later op terug.

Ontdekkingen [Update 1 15:40]
GP4 is naar mijn weten het enige spel waarbij je niet één coureur "vervangt". Je kan zo veel coureurs aanvinken als je wilt. Dit betekent dat je bijvoorbeeld met twee auto's kunt rijden (dat overkwam mij een keer onverwachts, ik wilde van coureur wisselen en ging ervan uit dat de andere coureur automatisch werd gedeselecteerd), of met 22 of zelfs met nul. Het grappige hiervan is dat je in theorie met meerdere mensen tegelijk kunt spelen (het wordt de hotseat-mode genoemd), maar dat heb ik nog nooit gedaan. Als je meerdere rijders selecteert, rij je steeds in één auto en bestuurt de computer de overige auto('s). De computer wisselt na een bepaalde tijd van auto, waarna je een andere mag besturen. Toen ik het voor het eerst deed, zag ik hoe mijn "tweede" auto zich eveneens van de achterste rij door het veld baande. De "computerauto" was enorm snel, waardoor we het hele veld hadden kunnen oprollen. De andere CC's waren geen partij voor ons.

De ontdekking smaakte naar meer. Ik besloot een keer met alle 22 auto's te rijden. Ik gaf ze allemaal een andere pitstopstrategie mee, zodat ik kon ontdekken welke strategie nou het beste was. Dat bleek niet zo makkelijk, want ineens bleek elke auto even snel te zijn. Was het verschil tussen de koplopers en de rodelantaarndragers anders ongeveer zo groot als tussen Fattle en de hrt's, nu waren de Minardi's even snel als Michael Schumacher. Bovendien was de bandenslijtage verdwenen, waardoor degenen met weinig pitstops onweerstaanbaar oprukten. Dit kwam doordat het "brandstofeffect" behoorlijk klein was: met een loeizware auto kon je nog een redelijk tempo rijden. Doordat er van nature geen snelheidsverschillen waren tussen de auto's, kon een Ferrari door een verkeerde pitstopstrategie zomaar laatste worden.

Daarom ging ik wanhopig op zoek naar een methode om toch snelheidsverschillen te creëren. Dat lukte me door te rommelen aan de afstelling van de bolides. De snelste bolides gaf ik de optimale hoeveelheid "vleugel" mee, de tragere deelnemers kregen vaak "te veel vleugel" mee, waardoor ze op de rechte stukken meer tijd verloren dan ze in de bochten wonnen. Op een hogesnelheidscircuit als Monza kon ik zodoende een verschil creëren van zo'n drie seconden per ronde, een mooi verschil. Op een bochtiger circuit als Magny-Cours was het verschil ongeveer een seconde. Anders dan in de normale situatie gingen de achterblijvers nu dus juist sneller door de bochten dan de koplopers, dat vond ik wel komisch. Wel was het instellen van al die verschillende afstellingen veel werk. Minder succes had ik met andere "molacties": een poging om de wagens af te remmen door hun versnellingsbakverhoudingen te verprutsen, had geen succes: de computer maakte het niet uit of-ie nou met tienduizend of met zestienduizend toeren per minuut reed. De wagens werden er alleen maar heel zuinig van. Wanneer ik echter met zo'n ding reed, kwam ik amper vooruit.

Internettijdperk
Al met al kon ik redelijk m'n eigen races ontwerpen, hoewel het nog niet optimaal was. Pas in 2004 ontdekte ik de vele programma's die waren bedacht om het spel te verbeteren. Vele daarvan heb ik gedownload. Zo heb ik bijvoorbeeld een keer de 2002-carset gedownload. Helaas doet-ie het nu niet meer... Van blijvende waarde was GPxPatch, waarin een heleboel dingen konden worden aangepast. Voor mij was het interessantst om het prestatieniveau van de wagens en teams aan te passen. Dit kan worden gedaan met de zogenaamde "performance-files". Het handige hieraan is dat het prestatieniveau van de CC's in alle racetypen werd aangepast, zo ook in de hotseat-mode. Hierdoor hoefde ik niet meer met de afstellingen te prutsen om snelheidsverschillen te krijgen. Ook kon ik de snelheidsverschillen tussen de koplopers en de achterblijvers verkleinen en kon ik Alex Yoong omtoveren tot de eeuwige rodelantaarndrager in plaats van tweevoudig wereldkampioen Fernando Alonso (ook een stomme fout).

Een potentieel nuttig programma was GP4-Tweaker, waarmee ik bijvoorbeeld de pitstoptijden kon veranderen. Helaas werkte dit programma niet altijd goed. Dit kan te maken hebben met het feit dat er twee versies van GP4 bestaan: versie 1.00 (recht uit de doos) en versie 1.02 (met een officiële update, die GP4-Patch heet voor de duidelijkheid), waardoor niet alles even goed werkt. Voor de duidelijkheid zal ik de stappen hieronder beschrijven voor degenen die op het punt staan naar de winkel te hollen om het laatste exemplaar van het spel te kopen. Een (hier anoniem gelaten) expert beveelde me het volgende stappenplan aan:

1. Installeer GP4 1.00.
2. Voer GP4-patch v9.6 uit om GP4 te upgraden naar 1.02.
3. Vervang gp4.exe door de decrypted gp4.exe-versie.
4. Installeer GPxPatch.
5. Zet CMagic voor 1.02 in dezelfde directory als gp4.exe.

Helaas heb ik dat destijds niet zo gedaan. Overigens draait het spel op mijn laptop helemaal niet goed (het spel is traag en crasht na zes ronden of zo) en waren de graphics na het vervangen van het .exe-bestand volledig verpest. Op mijn eigen computer draait het spel nog prima. GP4-Tweaker werkt echter niet meer bij mij. Ook kreeg ik bij de eerste installatie verneukte graphics (allemaal witte vlekken en zo), dus eerlijk gezegd mag ik het programma niet zo.

Verder heb ik een programma gedownload waarmee de physics van de wagens waren te veranderen. Ook leuk, maar niet heel makkelijk om mee te werken. Ook jammer dat de physics niet per wagen verschillend kunnen zijn (zo zou de Arrows van Verstappen een lagere luchtweerstand hebben, om maar iets te noemen.)

Verder heb ik nog wat kleine programma's gedownload waarmee de afstellingen, uitvalkansen en de pitstopstrategieën van de CC's konden worden veranderd. Dit kan echter (voor een groot deel) ook in CMagic, waarmee circuits kunnen worden veranderd. Het programma is eveneens een beetje raar in de omgang, maar op de een of andere manier wist ik er wel wat mee te doen. Het programma zet de circuitbestanden om in een soort kladblokbestand met veel variabelen erin. Lang niet van alle variabelen was bekend wat de werking was. Zelf gebruikte ik het programma om het brandstofverbruik van de bolides op te schroeven, zodat ze meer brandstof nodig hadden en hun rondetijden trager waren met meer brandstof. Aan de hoge bandenslijtage kon ik weinig doen, net zoals de vele ontsierende stuurfouten die de CC's maakten gedurende de race.

Rust
Na een tijd ebde mijn enthousiasme voor het spel weg. Niet alles was te veranderen en daardoor bleef ik me storen aan enkele domme fouten van het spel. Af en toe speelde ik het spel nog wel, maar niet heel vaak meer. Ik raakte daardoor ook langzaam de kennis kwijt om het spel nog te bewerken. De vele GP4-sites werden ook opgeheven. GP4 raakte een beetje uit de gratie. Een opvolger kwam er echter niet, maar buiten wat nieuwe carsets bleef het stil. Pure racers vonden F1 Challenge beter, terwijl anderen hun heil toch maar zochten in de Playstation. Pas afgelopen jaar verscheen er eindelijk weer een formule 1-spel voor de PC. Ik was enthousiast: het klonk super. F1 2010 van Codemasters zou een prachtig spel worden. De acht jaar technische ontwikkeling van zou van het beeldscherm spatten. Het spel zou eind 2010 op de markt komen en ik verheugde me er al op. Toen het eenmaal zover was, bleef ik voorzichtig. De recensies waren bovendien niet goed: het spel zou weinig meer met racen te maken hebben. Tegenstanders verschenen en verdwenen in het niets, de rondetijden waren nergens op gebaseerd en de auto's ondervonden geen hinder van hun brandstoflast. Deze drie dingen deden me zo gruwelen, dat ik daarna nooit meer heb overwogen het te kopen. Wat een afknapper dat spel.

Comeback
Daardoor besloot ik weer vaker GP4 te spelen. Eind vorig jaar ontdekte ik bij toeval een forum waarin de betekenis van een variabele in de "magic data" van CMagic was ontdekt. Het bleek dat je op een simpele manier de CC's minder vaak kon laten crashen. Daar was ik al jaren naar op zoek. De eerste test viel niet tegen: op Suzuka, waar doorgaans het halve veld in de eerste bocht van de baan vloog, bleef nu bijna iedereen rijden. Een hele verbetering!

Ook kwam ik er eindelijk achter hoe het werkt met de bandenslijtage: in CMagic is "tyre wear" de bandenslijtage van je eigen bolide, terwijl de variabele die is aangeduid met "cc shuffler" de bandenslijtage is van de CC's. Een aantal jaren geleden was het me gelukt om mijn eigen bandenslijtage aan te passen, waardoor ik gedurende de race steeds sneller werd vergeleken de concurrentie: zij hadden nog de oorspronkelijke bandenslijtage. Pas toen kon ik ook hun bandenslijtage verminderen.

Inmiddels ben ik erin geslaagd de data om te zetten naar de circuits. De eerste aanpassingen hadden geen resultaat: ik had slechts het tekstbestand gewijzigd. Met behulp van CMagic heb ik de data uiteindelijk toch in het spel zelf gekregen, hoewel het programma eerst nog tegensputterde. In ieder geval lijkt het erop dat ik eindelijk de bandenslijtage en de daaraan gekoppelde pitstopstrategieën naar mijn eigen goeddunken kan veranderen.

Speltheorie [Update 2 17:16]
In feite komt de timing van de pitstops neer op een soort speltheorie. In het huidige formule 1-seizoen is dat al goed te zien: de coureurs hoeven alleen nog te stoppen voor nieuwe banden. Aangezien de Pirellibanden snel slijten, doen ze dat ook regelmatig. Hierbij is de planning erg belangrijk: je wil optimaal gebruik kunnen maken van de nieuwe banden, dus zou je na je pitstop vrij baan moeten hebben. Op de korte termijn is het bovendien handig om eerder te stoppen dan je concurrenten, zodat je ze op nieuwe banden kunt inhalen. Op de lange termijn is langer doorrijden vaak weer beter, zoals in de GP van Spanje wel bleek.

In 2001 was bijtanken wel mogelijk, maar daardoor moest de tactiek al voor de race zijn uitgedacht: de hoeveelheid brandstof die bij de start was meegenomen, bepaalde in grote lijnen de te volgen strategie. Door het bijtanken was een bolide na een pitstop juist relatief zwaar, terwijl de bandenslijtage vrij gering was. Daardoor was het voordelig om langer door te kunnen rijden dan de concurrentie. Aangezien inhalen moeilijk is in de formule 1, is het niet ondenkbaar dat het voordeel van een iets lichtere auto in de openingsfase veel voordeel oplevert. Dit leidde ertoe dat de pitstops soms extreem lang werden uitgesteld, zoals bijvoorbeeld in de GP van Oostenrijk, Monaco en Canada in 2001, waarin de meeste pitstops pas plaatsvonden na twee derde van de race. Een voorwaarde is natuurlijk wel dat de bandenslijtage laag is: degene die lang doorrijdt moet wel sneller zijn dan degene die net naar de pits is geweest. In GP4 zijn de pitstopstrategieën vergelijkbaar met die in het echt, maar door de hoge bandenslijtage slaan ze nergens op: na een pitstop ben je sneller dan ervoor, dus dan is het langer doorrijden (op korte termijn) alleen maar nadelig.

Om de pitstopstrategieën beter te begrijpen, is het belangrijk om uit te rekenen hoe snel je bent als je de hele race vrij baan hebt. Aangenomen dat de bandenslijtage en het gewicht van brandstof de rondetijden lineair bexefnvloeden, dan is het totale tijdverlies (ten opzichte van de kwalificatie-afstelling) per race op de baan:

(a+b) N²/4 voor een 1-stopstrategie
(a+b) N²/6 voor een 2-stopstrategie
(a+b) N²/8 voor een 3-stopstrategie

Waarbij:
a - Invloed van de brandstoflast (in seconde per "ronde" brandstof)
b - Invloed van de bandenslijtage (in seconde per ronde per ronde)
N - Aantal ronden van de race

Een eenstopstrategie heeft een pitstop ongeveer halverwege de race. Hierdoor rijd je gemiddeld met een brandstofniveau waarmee je een kwart van de race kunt afleggen (het gemiddelde van een "halfvolle" tank en een bijna lege), terwijl een tweestopstrategie de race in drie stints opdeelt, waardoor de brandstoflast één zesde is van het totaal. Voor een driestopstrategie is het één achtste, aangenomen dat de pitstops netjes over de race worden verdeeld. Voor de bandenslijtage geldt precies hetzelfde (mits het effect lineair is).

Het tijdverlies op de baan is vrij eenvoudig te berekenen. Een mooi testcircuit hiervoor is Silverstone. De parameters voor deze baan zijn: a = 0,05, b = 0 (voor het gemak) en N = 60. Het tijdsverlies van de 1-stopstrategie is nu 45 seconden op de baan, voor een 2-stopstrategie is het 30 seconden en een 3-stopstrategie verliest slechts 22½ seconde. Aangezien een pitstop al gauw 30 seconden kost, zal iedereen in dit geval één pitstop maken (een nulstopstrategie kost 90 seconden op de baan en is daarmee ongeveer net zo snel of traag als de tweestopstrategie.)

Wanneer b nu wordt veranderd naar 0,05, wordt de tweestopstrategie aantrekkelijker. Vergeleken de eenstopstrategie win je nu elke ronde een halve seconde, genoeg om het tijdsverlies van één extra pitstop te compenseren. Hoewel de strategie veelbelovend lijkt, is er nog steeds een risico dat je vast komt te zitten achter iemand en daarmee toch vertraging oploopt. Verder is het zo dat je na je tweede stop nog altijd zo'n tien seconden achter de eenstopper ligt, dus dat je hem nog moet zien in te halen. Kortom: zelfs in het geval waarbij de bandenslijtage opweegt tegen het brandstofeffect, is een tweestopstrategie vrij dubieus.

In GP4 is het brandstofeffect doorgaans net genoeg om met een tweestopstrategie zo'n vijftien seconden te winnen op een eenstopstrategie. In de praktijk was dit vaak meer (ik schat zo'n 20-30 seconden) en duren de pitstops korter (daar weet ik ook niet meteen een oplossing voor), waardoor het bandeneffect veel kleiner hoeft te zijn om een tweestopstrategie aantrekkelijk te maken. Hierdoor lopen de rondetijden gedurende een stint terug, wat wel realistischer is. Er lijkt echter een lichtpuntje te zijn: door het brandstofverbruik (en de brandstof per ronde) iets te vergroten, rijden de CC's minder soepel met een grote brandstoflast (ze missen soms net hun rempunt), waardoor ze meer tijd verliezen door een grotere brandstoflast (a neemt toe). Dat is geen ongewenst effect: de CC's kunnen veel beter dan ik rijden met veel benzine aan boord.

De berekeningen tonen namelijk aan dat de bandenslijtage het brandstofeffect moet overstemmen om tweestopstrategieën aantrekkelijk te maken. Wanneer de bandenslijtage echt groot is (b > 0,15 in het voorbeeld), wordt de driestopstrategie aantrekkelijk. De rondetijden zakken nu met gemiddeld een tiende per ronde in. Hierdoor ontstaan er echter wel dynamische pitstopstrategieën.

Een aantal coureurs zal namelijk tweemaal stoppen, terwijl anderen drie keer zullen stoppen. Degenen die twee pitstops maken, kunnen verschillende opties kiezen: ze kunnen "de optimale tactiek" kiezen, ofwel pitstops op één derde en twee derde van de race, zodat ze optimaal gebruikmaken van hun banden en brandstoflast. Achtervolgers kunnen op hun beurt kiezen voor de kortetermijnwinst van een vroegere pitstop, waardoor ze er bij de eerste pitstop voorbij kunnen gaan. Wanneer er weinig inhaalmogelijkheden zijn, heeft een geduldigere strategie van een latere pitstop niet veel zin en is "inhalen in de pits" aantrekkelijker. Lang doorrijden is nuttiger voor rijders verder achterin, die door een late pitstop kunnen oprukken en daarna een kluit achtervolgers kunnen ophouden.


GP Frankrijk (Magny-Cours): Bernoldi als locomotief van een heel treintje, vlak voor zijn eerste pitstop. 

Een late pitstop zorgt er in ieder geval voor dat je weinig wordt opgehouden. Een nadeel kan zijn dat je na de pitstop ver terugvalt en daardoor in het "verkeer" op nieuwe banden weinig kunt uitrichten. Toch kan het in de achterhoede/staart van het middenveld een prima strategie zijn, zeker als je in de race sneller bent dan degenen om je heen.

Het uitstellen van je eerste pitstop gaat je op den duur tijd kosten: hoe beter je je pitstops verdeelt, hoe sneller je bent. Nemen we het Silverstone-voorbeeld, met a = 0,05 en b = 0,05, dan is een eenstopstrategie met een pitstop halverwege de race optimaal (aangenomen dat de pitstops altijd even lang duren, een gewaagde assumptie: hoe later je stopt, hoe korter je pitstop) en is het tijdverlies door een andere timing van je pitstop gelijk aan:

Tijdverlies = 0,1 (ronde van pitstop - 30)²

Een pitstop in ronde 31 in plaats van ronde 30 kost je dus 0,1 seconde in de race; de winst door een kortere pitstop is al groter. Een pitstop in ronde 40 kost je echter wel 10 seconden in de race, dat is dus aanzienlijk. In deze gevallen wordt het te verwachten tijdsverlies op de baan afgewogen tegen de mogelijkheid dat de coureur door "verkeer" wordt afgeremd. Dit kan gemakkelijk meer dan tien seconden in de race zijn. 

In het geval waarin de bandenslijtage hoog is, is het uitstellen van de pitstop onaantrekkelijk, tenzij je hoopt uit het verkeer te blijven. Een late pitstop brengt het risico van een "undercut" met zich mee: een vroegere pitstop om op nieuwe banden veel tijd te winnen. De vraag is in hoeverre de driestopstrategie zich leent voor extreem vroege of late pitstops. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om de eerste pitstop iets voor of zelfs tegelijk met de eerste tweestoppers in te plannen, zodat de driestopper door een korte pitstop een sprong kan maken in het klassement, zonder veel last te hebben van extra verkeer. Aan de andere kant is een extreem vroege eerste pitstop ook mogelijk. Met een lichte wagen is de kans op een inhaalactie bovendien groter geworden en na de vroege pitstop zou je (achteraan het veld) opnieuw heel snel kunnen zijn. De vraag is of je het "verkeer" kunt ontlopen door de pitstops. Daar draait het nu allemaal om en ik begin nu in te zien dat dat vroeger ook zo was. Door de bandenslijtage zijn zeer gevarieerde strategieën mogelijk, met vroege of juist late pitstops en dat maakt de formule 1 zo leuk. Ik begin GP4 nu pas echt te waarderen.

* Tegenwoordig kan ik Need for Speed Porsche (goed) en F1 2000 (redelijk) ook met het toetsenbord spelen.

Gerelateerde artikelen:

17-07-2011

Tekeningen begin 2010


Aantekeningtekeningen

Het heeft eventjes geduurd, maar bij deze vertoon ik hier alsnog de laatste (aantekening)tekeningen van mijn carrière als Aardeconoom. Het zijn de tekeningen die ik in de periode Januari tot en met Mei maakte, onderverdeeld in drie of vier periodes:

Periode 3 (januari)
Ruimtegebruiksverandering
Methoden en Technieken (vervolg)

Periode 4 (februari-maart)
Paleoklimatologie
Environmental Economics
Methoden en Technieken (vervolg)

Periode 5 en 6 (april-juni)
Besluitvormingsprocessen
Veldwerk Oostenrijk
Economie van het Onroerend Goed
Scriptie

Het was een vreemde tijd: het einde van drie jaar Aarde en Economie was in zicht en na het veldwerk heb ik weinig klasgenoten meer gezien: we werden geacht een mooie scriptie te schrijven en dat is een individuele bezigheid. Over de andere vakken valt ook nog wel wat te zeggen: Ruimtegebruiksverandering: slecht georganiseerd vak met veel docenten die hun eigen onderzoekjes presenteerden. Daarnaast moesten we weer werken met Arc GIS en dat heb ik nog steeds niet in de vingers. Methoden en Technieken: verplicht rotvak, maar nu gelukkig wel in het Nederlands. Paleoklimatologie: een keuzevak over het klimaat van vroeger en uitleg over weersystemen. Dat laatste vond ik toch wel wat interessanter. Environmental Economics: we dachten dat het een makkie was, maar dat was het niet. Omdat het overlapte met Paleo, volgde bijna niemand van de Aardeconomen de lessen en dat nam de docent ons niet in dank af. Besluitvormingsprocessen: een vak dat helemaal nergens over ging. Economie van het Onroerend Goed: wel aardig vak, wel een hoog opendeurengehalte. Heb er vanwege de scriptie ook niet meer aan gedaan dan nodig was.

De vakken leenden zich niet heel erg voor veel interessante plaatjes (veel dingen snapte ik niet), dus heb ik m'n heil gezocht in woordgrappen. Dit was de introductie, dan nu de plaatjes!

Ruimtegebruiksverandering

11-01 Kantoor

 
In het monocentrische-stadsmodel wordt het bebouwingstype (landgebruikstype) bepaald aan de hand van de afstand tot het stadscentrum. Het centrum wordt volgepropt met kantoren en de huizen verschijnen pas in de periferie, althans, in theorie is dat zo. Deze oude man was ook niet van plan om plaats te maken voor de kantoren: zijn bouwval had emotionele waarde, de bidrentcurve ten spijt.

11-01 Crocodilehunter

 
Een belangrijk onderzoek werd verricht door mevrouw (!) Irwin. Maar bij de naam Irwin moet ik altijd denken aan de "Crocodilehunter" Steve Irwin, die in 2006 door een pijlstaartrog werd doodgestoken.

22-01 Snelweg

 
Een onvervalste woordgrap door "Kheeb" (Gabe), die in een presentatie van het A2-scenario uitkwam op een plaatje van een snelweg, wat natuurlijk is opgebouwd uit de woorden snel + weg. Zo zie ik dat graag, mensen met humor die het tempo er een beetje in houden tijdens een presentatie.

Paleoklimatologie

02-02 Broodtrommel

 
Na een les over albedo (reflectievermogen) gehad, ging de clown van de klas zijn kennis direct toepassen op de broodtrommel. Echt bruin licht bestaat niet, het is een mengsel van vele golflengtes, dus dat vond ik er grappig aan.

03-02 Vochtmoleculen

 
Naast snelschaakmoleculen, voetbalmoleculen en groentesoepmoleculen hebben we nu ook vochtmoleculen, aldus een docent van het vak.

10-02 Schoorsteen

 
In verschillende luchtlagen kan de wind een andere kant op waaien, bijvoorbeeld bij een inversie (punt waarboven de luchttemperatuur stijgt met de hoogte.) Dit fenomeen heeft een aantal beroemde foto's opgeleverd, waarbij de rook van twee naastgelegen schoorstenen volledig de andere kant op ging. Dat had dus niks met de rook of de schoorsteen zelf van doen.

17-02 Katrina

 
In 2005 werd Amerika de ene na de andere keer door een cycloon getroffen, dit had onder andere te maken met het fenomeen El Niño. "Go away, Rita!", schreeuwden de inwoners van de risicogebieden en dat was niet omdat ze niet wilden dat Rita Verdonk naar Amerika zou komen, het was meer een wanhoopsdaad om de volgende storm tegen te houden. In de tussentijd was Nouveau Orléans zwaar getroffen door Katrina. De arme sloebers die daar leefden, werden vervolgens echt aan hun lot overgelaten, waarmee hun ergste nachtmerrie uitkwam. Ondanks alle ellende bleven ze hoopvol...

22-02 Overlappende studiepunten

 
Tja...

Environmental Economics

08-03 Recycling markets

 
Tijdens de presentatiedag had één student het over "recycling markets". De zin was ook nog eens zo dat "recycling" zowel als werkwoord of als zelfstandig naamwoord kon worden opgevat. Stomme Engelsen ook...

Besluitvormingsprocessen

06-04 Blinde Hindoestanen

 
(Vervolg)


De blinde Hindoestanen hadden geen idee hoe een olifant er in werkelijkheid uitzag. De een dacht dat het een boom was, de ander meende dat het een speer (?!) was en weer een ander vond het een touw, afhankelijk van welke waarneming ze hadden gedaan. Dat het een groot beest was, wat ze kon vertrappen, hadden ze niet gedacht.

14-04 Tijdsbudget

 
De oersaaie presentaties duurden en duurden maar. GAAAP! Pas na vier uur was iedereen uitgeluld.

14-04 120 MPH Decisions

 
Dat gaat tenminste lekker snel, een netwerkbesluitvormingsproces. Zeker als je het tijdens een parachutesprong doet...

Economie van het Onroerend Goed

06-04 Kamer voor de VU


Een wat dommige student dacht de economische theorie in praktijk te brengen: hoe verder van de VU, hoe lager de prijs voor een kamer. Daarbij kwam hij ergens in een uithoek van het land terecht en dus verwachtte hij een kamer voor een prikkie. De verkoper kon zijn woede amper inhouden: het huis zal wel vlak bij de Universiteit van Harderwijk of iets anders nuttigs hebben gestaan of zo.

09-04 Huizenprijzen

 
Deze man pakte het daarom wat slimmer aan: hij wilde de waarde van het huis vergroten door het van Apeldoorn naar Amsterdam te verplaatsen.

07-05 Huurwoning

 
En over dertig jaar is dit de gebruikelijke spelling... Wij botte Nederlanders. :S

Gerelateerde artikelen:

15-07-2011

Te land, ter zee, Terschelling


Kamperen

Afgelopen week stond voor mij in het teken van een vakantie. Van maandag tot en met woensdag kampeerde ik met twee Stumass-vrienden op Terschelling, het derde Waddeneiland (de "T" van TV-TAS) voor de kenners. Pas vandaag had ik tijd, energie en zin om er een verslagje van te maken.

Het idee voor de vakantie ontstond pas enkele weken geleden. AM, mijn huisgenootje, vond het wel een leuk idee om met medestudenten op pad te gaan. Gezien de aankomende OV-droogte (van 16 juli tot 16 augustus is reizen met het openbaar vervoer niet meer gratis), werd besloten dat de vakantie snel moest worden ingepland. Uiteindelijk werd de periode 11-13 juli daarvoor uitgekozen. Niet te lang en niet te kort. Drie mensen gingen mee: naast ondergetekende en AM ging ook Pepijn, onze buurman, mee. Er werd een rustige kampeerlocatie uitgekozen, een camping van Staatsbosbeheer bij het plaatsje Hoorn. AM en Pepijn zouden voor een tent zorgen.

Maandag 11 juli
Maandagmorgen werd ik door m'n ma op Naarden-Bussum afgezet. Ik had m'n rugzak en een zware koffer mee, waar voor m'n gevoel veel te veel troep in zat. In Hilversum kwam ik Pepijn tegen. Hij had nog meer tassen, wat niet zo gek was: hij had immers een tent. Terwijl hij op het station nog een kopje koffie haalde, kwam de trein aan. Ik stapte maar in, maar toen hij maar niet terugkwam, begon ik een beetje in paniek te raken. Wat moest ik doen als hij het niet zou halen? Gelukkig zag ik hem toen aan komen rennen. Hij was nog net op tijd. In de trein was gelukkig nog plek voor de bagage, waarna we langzaam naar Leeuwarden gingen.

In Leeuwarden moesten we overstappen op een plaatselijke trein naar Harlingen. Het minitreintje stond propvol vakantievierders en hun bagage. AM kwam er even later ook nog bij. Na een half uur afzien, konden we bijna op de boot uitstappen. Wel was het enorm druk: een enorme mensenmassa wilde vandaag blijkbaar naar Terschelling. Het waren vooral jongeren, die blijkbaar net vakantie hadden gekregen.

Gelukkig werden we al vrij spoedig aan boord gelaten. Pepijn had de boottickets mee, waarna we de tassen op een karretje gooiden en aan boord gingen. Aan boord was het erg druk. Het bovendek was al helemaal bezet, een dek lager was nog wel plaats in de schaduw. Daar gingen wij dan maar zitten. Wat verderop zat een groep jongeren te blowen en van die agressieve "muziek" te draaien. Het stond me helemaal niet aan. De jongens waren net criminelen (één zo'n gast in de wachtrij naar de boot zat steeds sterke verhalen te vertellen over hasjbezit en vlindermessen) en de meiden leken wel hoeren. Ik hoopte maar dat we niet bij ze op de camping stonden. Gelukkig zullen de meeste jongeren wel naar de Appelhof zijn gegaan.

Na twee uur kwamen we eindelijk op Terschelling aan. We hadden de bagage weer teruggevonden, waarna we de fietsen gingen huren. Het ging er allemaal een beetje chaotisch aan toe bij de haantjes. We moesten ene "Schahk" hebben, die ons naar de fietsen zou leiden, waarna we bij een ander konden afrekenen. Op de een of andere manier hadden we verschillende fietsen gekregen: er was één rode fiets en twee grijze. Uiteindelijk nam ik de rode fiets maar en ging Pepijn op de damesfiets (:S) zitten. Pas nadat we de fietsenwinkel hadden verlaten om wat klachten (aanlopende spatborden en zo) te verhelpen, merkte hij het op.

De camping lag op ongeveer tien kilometer afstand van de haven, maar voor het gevoel was het korter. Op de camping was echter geen receptie en de bagage was er ook nog niet. Het trekkersveldje, waar we zouden overnachten, was wel snel gevonden. De bagage bleek uiteindelijk toch te zijn afgeleverd door de fietsenverhuurder, waarna we de tenten gingen opzetten. Op dat moment ontdekte Pepijn ineens dat hij op de een of andere manier geen tentstokken had. AM had haar tentje wel vrij vlot opgebouwd, Pepijns tent miste een geraamte. Hij kwam echter tot een creatieve oplossing en gebruikte een aantal takken en boomstronken om zijn tent aan op te hangen. Met het touw dat voor waslijn had moeten dienen, wist hij er een vrij stevig geheel van te maken. Na het afknippen van de úitstekende takken kon zelfs de buitentent erover.

Het avondmaal bestond slechts uit friet bij de plaatselijke snackbar. Na het maaltje en de tentperikelen besloten we nog naar het strand te fietsen. Daar gingen we met het getij spelen totdat de Zon om vier over tien onder de horizon verdween.

Dinsdag 12 juli
De dag erna was ik nog een beetje moe: echt goed had ik niet kunnen slapen. Mijn reisgenoten waren al op en hadden broodjes gekocht. Er was zelfs thee bij. Het was redelijk mooi weer en we zouden nu de oostkant van het eiland bezichtigen. Dat leek me in ieder geval een mooi gebied met mooie getijdengeulen, ver weg van die criminele jongeren.

Er stond een zwakke oostenwind en langzaam brak het zonnetje door. In het begin verliep de reis nog soepel: lange schelpenpaden slingerden door het duingebied. Omhoog en omlaag in flauwe bochten, alsof het een soort saaie achtbaan was. Dat veranderde plotsklaps. Opeens hield het pad op en moesten we via een soort zandpad waar organisch materiaal op was geflikkerd naar het oosten gaan. Eerst ging dat rallyrijden nog wel, later veranderde het parcours in een verraderlijke serie geulen en gleuven, zoals je op de heide ook vaak ziet.

De tocht duurde en duurde maar, totdat we bij een uitkijkpost kwamen. Volgens de kaart was de oostkant van het eiland nog heel ver weg, terwijl de leuke getijdegeulen beschermd natuurgebied waren. Een domper. Daarom klauterden we maar de duinen over, op weg naar de zee. Hoewel het redelijk warm en zonnig was, was het door de wind nog behoorlijk fris. Desondanks liepen we vrolijk het water in, wat toch wel koud was. We deden daarom maar iets wat tussen pootjebaden en zwemmen in zat.

Na nog wat in de zon te hebben gezeten, besloten we maar weer terug te fietsen via de kronkelweggetjes. In het dorp werden nog wat levensmiddelen gekocht, die vervolgens op de camping werden verorberd. Vervolgens gingen we op zoek naar tentstokken. Pepijn nam zelfs de hele tent mee, zodat hij met de juiste tentstokken zou terugkomen. Helaas wezen alle winkelmedewerkers weer een andere kant op. Uiteindelijk was er toch wat gevonden. Boven een soort werkplaats waar ook ijskarren werden geprepareerd, werden klaarblijkelijk ook kampeerartikelen verkocht. Helaas bleken de benodigde stokken niet voorhanden te zijn, waarna Pepijn ontgoocheld het pand verliet.

Die avond gingen we in een Italiaans restaurant. Het eten smaakte me goed en opgewekt gingen we weer naar huis. Het weer was inmiddels wel omgeslagen. De zon was weg, de warmte was weg en in plaats daarvan woei er een stevige bries uit het oosten. Op de camping gingen we daarom maar voorbereidingen treffen op het noodweer dat eraan zat te komen.

Pepijn had zijn tent al platgegooid en gebruikte het zeil om de bagage mee droog te houden. De bagage werd op een overdekte picknicktafel achter onze tent gegooid, waarna het werd ingesnoerd door het zeil. Het aparte was dat de tafel de hele tijd nog niet was gebruikt, behalve nu we onze bagage eronder wilden gooien. Blijkbaar had het slechte weer ermee te maken. Net toen de eerste mensen waren vertrokken, was de tafel bezet door een groepje pubers.

Pepijn vroeg vriendelijk of we onze spullen op de tafel mochten droppen. Ik zou zoiets niet hebben gedurfd. Hun reactie viel me mee. Ze reageerden vrij onverschillig en gingen weer door met slechte muziek draaien. We moesten maar hopen dat ze niks zouden jatten. Zelf had ik slechts een handdoek als inzet, dus ik kon wel zorgeloos slapen. AM en Pepijn hadden bijna hun hele bezit op de tafel ondergebracht.

De laatste nacht was een gezellige: we sliepen met z'n drieën in één tent. Voor het slapengaan gingen we nog even toepen. Doordat m'n gezicht gedeeltelijk was verbrand, sliep ik niet heel erg lekker. Vooral m'n verbrande nek, waar m'n vest steeds tegenaan schuurde, deed zeer. Toch kon ik nog wel enigszins in slaap komen, ondanks het onstuimige weer.

Woensdag 13 juli
Het regende flink in de ochtend. Aan de picknicktafel werd het ontbijt genuttigd, waarna we de tent gingen afbreken. Daarna zagen we een auto van Staatsbosbeheer, waarna we eindelijk de betalingen regelden. Om twaalf uur zou de fietsenverhuurder de bagage komen ophalen, dus zetten wij de tassen alvast paraat. De minuten verstreken en verstreken. Om één uur was er nog niemand, dus belde Pepijn maar wanhopig waar het ding bleef. Ondertussen was concurrent Zeelen al tweemaal langsgereden, maar ook zij konden ons niet helpen. We verveelden ons te pletter en pas om twee uur kregen we het sein dat we de tassen wel aan hun lot over konden laten.

Via de duinpartijen fietsten we weer terug, daarbij nog wat foto's makend. Het weer was troosteloos en we hadden weinig zin om nog veel te doen. We deden wat boodschappen, waarna we de fietsen inleverden en op de bagage wachtten. Toen die was gebracht, konden we de boot op. Ditmaal konden we lekker binnen zitten. Tijdens de terugweg las ik een NRC Nachst die toevallig op de tafel lag. Pepijn las een autobiografie over Richard Branson, bekend van zijn sponsoring aan Brawn-GP en het huidige Virgin-formule 1-team. Jammer genoeg beschrijft het boek alleen gebeurtenissen tot en met 2002, lang voordat het interessant begint te worden. ;)

Op de boot was via een monitor te zien hoe we nou waren gevaren. Tevens werd er informatie gegeven over het schip. Na twee uur wadvaren kwamen we aan in Harlingen, waar we gauw de bagage van zo'n karretje gristen en naar het station liepen. AM werd door haar moeder opgehaald, terwijl Pepijn en ik naar het zuiden afdaalden. Via Overijssel, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Utrecht kwamen we in Amersfoort aan, het eindpunt van de intercity: de bovenleidingen waren gesaboteerd volgens de NS. De stoptrein reed vreemd genoeg wel en in Hilversum werd ik opgehaald. De volgende keer moeten we maar een huisje huren, want kamperen is niet erg leuk met slecht weer. Verder had ik weer een klein stukje Nederland ontdekt, een heel klein beetje gezwommen en m'n conditie een klein beetje aangescherpt.

Vandaag breekt pas echt de vakantie aan. Anderhalve maand niet naar Amstelveen! ;)

Gerelateerde artikelen:
Overgangsfase; 30-10 2010

10-07-2011

De formule 1 wordt weer spannend


De tweede helft

Al heel snel leek het vast te staan dat Fattle in 2011 opnieuw wereldkampioen zou worden. De overmacht van hem en Kinky Kylie was zo groot dat iedereen, en in het bijzonder teamgenoot Webber, op achterstand werd gereden. In China won Luis opeens en in Canada versloeg Button hem in de laatste ronde, maar dergelijke incidenten brachten Fattle niet aan het wankelen. Hij won de overige races. In Valencia domineerde hij weer als vanouds.

In Groot-Brittanië, op het verbouwde circuit van Silverstone, ging het anders. Er hing onheil in de lucht. Al enkele races is er sprake van een mogelijk verbod op de geblazen diffusors die de Red Bulls zo snel zouden maken. Het begon tijdens de GP van Spanje, toen Colin Kolles, de baas van hrt, het zielige achterhoedeteam dat technologisch gezien nog decennia achterloopt op de rest, de geblazen diffusors illegaal wilde verklaren. Blijkbaar vreesde hij dat zijn bolides nog vaak door de 107-procentsregel voor deelname aan de race zouden worden uitgesloten, maar de vraag blijft waarom hij er niet eerder over begon. Toch begon het balletje te rollen en werden de regels aangescherpt. In Valencia mocht er tussen de kwalificatie en de race niet meer gesleuteld worden aan de afstelling van de motor. Hierdoor zou Red Bull zijn voordeel in de kwalificatie (grotendeels) kwijtraken. In Groot-Brittanië zouden de geblazen diffusors helemaal niet meer mogen werken als het gaspedaal werd losgelaten, wat vooral voor Red Bull nadelig zou zijn.

Hoe leuk het ook was uitgedacht, Renault (motorleverancier van Red Bull) weigerde mee te werken. Er werd beweerd dat de motor niet meer betrouwbaar zou zijn als er geen constante stroom van uitlaatgassen meer de motor zou verlaten. Daarom pleitte Renault voor een versoepeling van de regels. Mercedes kwam met een vergelijkbaar argument. Uiteindelijk was er sprake van flinke chaos en voelden alle betrokken partijen zich benadeeld. Over het uiteindelijke compromis werd dan ook geheimzinnig gedaan. De geblazendiffusorrel geeft duidelijk aan dat je niet halverwege het seizoen de spelregels kunt veranderen.

Kwalificatie
De kwalificatie was met de wisselende omstandigheden wat spannender dan normaal. Waar Co Valainen zich mooi naar Q2 wist te rijden, slaagden de Toro Rosso's daar niet in. Alguersuari en Bümi reden eerst een rondje op de kneiterharde banden. Toen de rondjes op deze rondetijden te traag bleken te zijn, schakelden ze in de slotfase van de sessie toch maar over op de zachte banden. Net op dat moment viel er een onverwachte bui en meldden de twee zich weer als verzopen katten in de pits, ontevreden over hun 18e en 19e startplaats.

In de tweede sessie valt Shoeface tegen; hij weet zich opnieuw niet in de laatste kwalificatiesessie te krijgen. En wat te denken van Hidefeld? De Germaan komt er totaal niet aan te pas en zag zichzelf terug op de 16e plaats. In de laatste sessie is Luis extreem langzaam. Button is beduidend sneller, maar komt desondanks erg veel tekort op de Red Bulls en Ferrari's. Uiteindelijk gaat de pole naar Mark Webber, die Fattle net aftroeft. Alonso is echter nauwelijks trager dan de Red Bulls. Dat hadden we ook al een tijd niet meer gezien. Massa komt duidelijk tekort, maar is wel beduidend sneller dan Button. Di Resta is met een zesde startplaats de held van de zaterdag. De wat norse Schot blijft de andere verrassingen Pastoor en Co Biaggi net voor. De negende plaats is voor Rosberg.

Race
Op een nog natte baan gaat de race van start. Hoewel het rechte stuk van start/finish erg kort is, presteert de tweede rijder van Red Bull het om de koppositie al voor de eerste bocht te verspelen. De leider in het klassement pakt meteen de leiding. Alonso dringt ook aan bij de polesitter, maar daar blijft het ook bij.

Wat verder achterin is Luis op dreef. Hij heeft zijn kwalificatie kennelijk opgeofferd om met een natweerafstelling de race te kunnen aanvangen. De baan droogt echter langzaam op en al spoedig is het tijd voor slicks. Voordat het zover is, maakt Shoeface op vijandig terrein een dure inschattingsfout en duwt Co Biaggi in de rondte. Dat was niet de eerste botsing van de zevenvoudig wereldkampioen dit jaar: twee weken geleden overkwam hem iets soortgelijks. De Japanner verliest er een paar plaatsjes mee, de Duitser moet zijn voorvleugel vervangen. Bovendien krijgt hij nog een stop-and-go-penalty die zijn race helemaal ruïneert.

Het zou voor Co Biaggi een vreemde race worden. Bij de pitstop wordt hij vrolijk weggestuurd als Pastoor de pits opzoekt. Een alerte reactie van Co Biaggi voorkomt een botsing, maar hij rijdt daardoor wel de pitinstallatie van Force India aan barrels. Ook krijgt hij een stop-and-go-penalty, om even later uit te vallen met een oververhitte motor.

Ondertussen heeft Luis zich aan kop gemeld en valt Massa door een te lang uitgestelde pitstop terug. Luis en Alonso hebben de Red Bulls nog in het vizier. In de natte omstandigheden was Luis goed op dreef, waardoor hij naar de derde plek wist op te rukken. In de drogere omstandigheden is Alonso de snelste man op de baan en hij maakt jacht op de McLaren. De McLaren heeft echter veel downforce en is daardoor op de rechte stukken behoorlijk traag. Tegen Alonso's DRS is Luis totaal kansloos. Alonso rukt dus op naar de derde plaats en Luis zoekt meteen daarna de pits op voor nieuwe banden.

Voor Di Resta draait de race uit op een ramp. Allereerst loopt zijn pitstop in de soep als het team de banden heeft klaarstaan voor teamgenootje Subtiel. Even later probeert Di Resta weer een plaatsje terug te pakken ten koste van Bümi. Zijn inhaalactie flopt totaal: hij toucheert de Toro Rosso met zijn voorvleugel rijt diens achterband open. Bümi haalt de pits niet meer, Di Resta wel, maar verder dan een vijftiende plek zou hij niet meer komen.

Vooraan vormt de tweede serie reguliere pitstops een onderbreking van de spannende strijd. Alonso jaagt op de Red Bulls, hij loopt geleidelijk in. Webber komt als eerste binnen, daarna gaan Fattle en Alonso. Fattles stop is heel slecht en hij wordt in een rechtstreeks pitstopduel geklopt door Alonso. Op de baan blijkt Luis ook nog tussen de twee strijders te zitten. En Webber dan? Die ligt na een uitstapje over het gras slechts vierde na de pitstops.

Vooraan kan Luis Alonso nog even bedreigen: zijn banden zijn immers al op bedrijfstemperatuur. Wanneer Alonso's banden ook warm genoeg zijn, loopt hij op zevenmijlslaarzen weg bij de McLaren. Fattle nadert Luis vervolgens ook, maar op de een of andere manier komt hij er niet voorbij. Daarom probeert Red Bull het met een vervroegde pitstop. McLaren reageert door Luis een ronde later ook maar meteen binnen te halen, maar het leed is dan al geleden: Fattle gaat hem via de pitstops voorbij.

Vooraan reageert Alonso rustig op het pitstopgeweld achter hem. Hij stopt even later ook en consolideert zijn leidende positie. Button komt ook binnen voor nieuwe banden, maar zijn pitstop is niet meer dan een slordige haastklus. Hij wordt weggestuurd als het rechter voorwiel er nog niet op zit. Problemen met de "wheel-gun" zorgden voor vertraging, maar dat ontging de lollypopman totaal. Het gevolg: het wiel komt bijna los en Button parkeert zijn bolide aan het eind van de pitstraat. Als hij had geprobeerd door te rijden, was zijn team dat ongetwijfeld op een dikke boete komen te staan. Als hij zich weer bij zijn team meldt, is er niemand te bekennen. Blijkbaar werd de lollypopman achter de schermen in elkaar geslagen door de andere monteurs.

Inmiddels rijdt Alonso onbedreigd naar de overwinning. Fattle is niet bij machte de Ferraricoureur te bedreigen: hij verliest alleen nog maar meer tijd. De strijd om de derde plek is spannender: Luis krijgt de opdracht brandstof te sparen en verliest veel tijd. Webber ruikt zijn kans en passeert de McLaren zonder veel problemen. Luis' tempo is zelfs zo traag dat Massa, die bijna een pitstop achterligt, kansen ziet om vierde te worden.

Ondertussen nadert Webber zijn teamgenootje. In de slotfase is het duidelijk dat Webber veel sneller is, maar krijgt hij te horen dat de twee heren hun positie moeten behouden. Webber doet alsof zijn neus bloedt en probeert Fattle aan alle kanten de loef af te steken. Desondanks finisht Fattle uiteindelijk toch als tweede. Eddie Jordan vond de oproep niet meer dan logisch, hij deed immers hetzelfde toen zijn team zijn enige dubbelzege ooit behaalde. Natuurlijk valt er wat voor te zeggen, maar waarom lijkt het alsof Webber er altijd door wordt benadeeld?
Intenser is het gevecht tussen Luis en Massa. De Ferrari is twee tot drie seconden sneller per ronde, waardoor Massa de laatste twee ronden in het kielzog zit van de McLaren. Pas in de één-na-laatste bocht komt er een inhaalactie: Massa remt tien keer zo laat als Luis, die desondanks tegen de Ferrari glijdt en in een ordinair staaltje duw-en-trekwerk de aanval op zijn vierde plek nog net weet af te slaan. Zij aan zij razen ze op de finishlijn af, waarbij Massa de controle over zijn auto nog bijna verliest op het kunstgras en op de meet 24 duizendsten moet toegeven. Opmerkelijk detail: in Canada pakte Massa Co Biaggi met een dergelijk verschil wel op het laatste rechte stuk.

Zesde wordt Rosberg, die een bleke race reed, maar wel de nodige punten pakte. Perez werd erg knap zevende, Hidefeld finishte nog als achtste en Shoeface werd ondanks alles nog negende. In de wisselende omstandigheden was hij opnieuw erg snel. Tiende werd Alguersuari, die de laatste tijd een puntenmachine is geworden.

De winnaar was natuurlijk Alonso. Hij finisht ruim vijftien seconden voor de vechtende Red Bulls, dus zijn optreden was behoorlijk dominant te noemen. Net als vorig jaar lijkt Ferrari pas in de tweede seizoenshelft tot leven te komen. Red Bull is dus gewaarschuwd, hoewel hun voorsprong onoverbrugbaar lijkt. Maar wie weet welke regelementswijzigingen er binnenkort weer worden bedacht om het team af te remmen...

Links:

Gerelateerde artikelen:

08-07-2011

Schrijf-je-verhaal-wedstrijd

Inzending

Bij deze de enige inzending tot nu toe van de Schrijf-je-verhaal-wedstrijd van mijn verjaardag. In deze wedstrijd ging het erom dat je een leuk verhaaltje verzon bij een titel. Probeer, voordat je verder leest, jezelf de volgende vraag te beantwoorden: waar komen de titels vandaan? Ik ben benieuwd naar jullie gedachtes.

Dan nu het antwoord: de titels waren afkomstig van eerdere artikelen. Van iedere weblogmaand heb ik één aansprekende (?!) titel uitgekozen en in het overzicht geplakt. Hoewel de "wedstrijd" precies het omgekeerde was van de quiz van vorig jaar, heb ik twee "overlappende" artikelen gekozen (Begin de dag met een lach en Oranje loopt blauw aan), zodat er in feite bonuspunten waren te verdienen. Helaas is er maar één inzending gekomen, uit de pen van KC, die daarmee automatisch de quiz heeft gewonnen. Hieronder de twee artikelen, eerst die van KC (met wat aanpassingen van ondergetekende) en daaronder het origineel.

Ajax is er niet meer: 15 mei 2011

Eigenlijk wilde Lennart de marathon van Leiden lopen. In februari had hij zich al opgegeven. 15 mei zou de grote dag zijn. Een paar weken voor deze dag werd echter duidelijk dat Ajax dan voor het kampioenschap zou gaan spelen. Op zo’n dag ga je toch niet hardlopen? Nee, Lennart zou naar het stadion gaan en zijn club toejuichen. Kampioenen!! Eindelijk zou de droom van de achttienjarige jongen uitkomen; zijn favoriete club zou kampioen worden. Via marktplaats wist Lennart een kaartje te bemachtigen. Wel voor 500 euro, maar ach, dat kon hij na zijn studie wel terugbetalen. En anders... Tja, een kale kip kun je niet plukken, dus...

Verheugd keek Lennart uit naar de grote dag. Een shirt, broek, pet, ketting, handdoek... Lennart gaf nog eens 100 euro uit aan allemaal fanspulletjes. Hij moest er uit zien als een supporter. Een diehard supporter. Een dag voor de wedstrijd spoot hij zijn auto in de clubkleuren met opschrift "Ajax. Landskampioen 2011". 14 mei. De nacht kwam hij nauwelijks door. Steeds zag hij in zijn dromen Huntelaar het winnende doelpunt maken. Het eindsignaal. Hordes juichende mensen. Hemzelf springend, juichend zuipen. Wow, hij had er echt zin in.

Eindelijk was het ochtend. Naja ochtend, normaal liep hij nu van de kroeg naar huis, maar speciaal voor deze dag was hij vroeg naar bed gegaan. Om zeven uur zette Lennart zijn benen naast het bed, om acht uur belde zijn vriend aan die met hem mee zou rijden. Op weg naar de Arena zongen Lennart en zijn vriend Arno verschillende liederen. Ze verzonnen ook alvast een kampioenslied. Een heel origineel lied vond Lennart... Het ging zo:

"2011. Het jaar van Ajax 1! Het jaar dat Ajax kampioen werd."

Verder dan deze zin kwamen ze niet. Dus besloten ze het mooi af te maken met de kreet "Kampioennuh! Kampioennuh!!" afgewisseld met "Joduh! Joduh!"

Aangekomen bij de ArenA stond er een hele rij auto’s, die net zoals Lennarts auto rood met wit waren geverfd. De ArenA blonk, de glazenwassers maakten net de laatste raampjes droog, het gras was nog groener dan normaal. Ja, het gras was erg groen. Heel erg groen. Lennart snapte het niet. "Zo groen hoort het gras toch niet te zijn?" vroeg hij aan Arno. Arno haalde zijn ouders op en ging net zoals de duizenden anderen fans door met springen en schreeuwen. Lennart durfde zich niet te laten gaan. Hij had echt het gevoel dat er iets mis was. Het gras... Vooral het gras aan de helft waar Ajax zou gaan spelen was zo groen. Groener dan normaal. Bij de middellijn leek het ook wel alsof de grond omlaag liep, alsof de helft van Ajax lager lag.

Lennart bleef maar nadenken over dit verschijnsel. Hadden ze soms nieuw gras gekocht, maar per ongeluk de helft gekocht. Uiteindelijk bedacht Lennart dat Ajax uit financiële nood maar de helft van het veld had laten bekleden met het allernieuwste kunstgras; de andere helft zou komen als er weer geld in het laatje kwam – wat volgens Lennart na deze middag wel het geval moest zijn. Deze gedachte, hoe bizar het ook klinkt, stelde Lennart gerust. De resterende tien minuten stond hij net zoals de anderen te hossen en de wave te doen.

13:00. De spelers komen het veld op. Eerst Twente. De Twentenaren proberen zich te laten horen, maar de spelers horen enkel en alleen het boe-geroep van minstens de helft van de toeschouwers. Deze supporters zetten dan ook alles op alles om er bovenuit te komen. Sommigen hebben voor dit doel zelfs een zangcursus gevolgd, want door zingen wordt je stem sterker. Als Ajax vervolgens het veld op komt, is er in de wijde omtrek alleen gejuich te horen. Jesper zou later vertellen dat hij het zelfs in Bussum hoorde en voor degene die slechte cijfers haalden voor topografie: de afstand tussen Bussum en Amsterdam is rond de 30 km dus moet je je voorstellen hoe oorverdovend hard dit gejuich geweest moet zijn. Na de hele tragedie zouden veel mensen zich dit gejuich nog herinneren.

Voordat de aftrap wordt genomen staan de twee teams op het veld; ieder op hun eigen helft. Ajax staat op het groenere gras. Lennart krijgt het idee dat het gras een beetje zakt als de spelers op een rijtje gaan staan, maar hij schenkt verder geen aandacht aan deze gedachte. Het clublied van Ajax wordt ingezet "de herdertjes lagen bij nachte in het ..." zodra de spelers bij het woord "veld" aangekomen zijn, ziet Lennart duidelijk het veld naar beneden zakken. Het zakt, het zakt steeds verder. "Neeeeee" hij wil gillen, ze waarschuwen. Dit kan niet. Het veld zakt echt. De spelers vallen, de spelers glijden weg. Het lijkt wel de Titanic. Het veld zinkt en de speler verzuipen. Het voltallige team van Ajax, verdwijnt onder de zoden. De wereld lijkt stil te staan voor Lennart. Pas twee jaar later zal hij het beseffen: Ajax is er niet meer.

(c) KC

En het origineel:

Ajax is er niet meer

9 levens, 13 ongelukken

Even een triest berichtje. Het gaat over de kat van m'n tante, Ajax, die vandaag aan zijn einde is gekomen. 4902 dagen heeft het beestje bestaan en ik moet zeggen dat ik weinig herinneringen heb van de tijd waarin hij niet leefde.

21 Mei 1995

Ajax' leven begon op 21 Mei 1995. Hij was één van de vijf jongen uit een nestje. Drie katers en twee poesjes waren het. Van die vijf katten is er nu slechts één in leven: mijn poes Sheba.

[Foto Sheba]

Ajax was een rood-witte kater, die vanwege zijn vachtkleur (is dat een woord? 8-|) "Ajax" werd genoemd. Het had natuurlijk ook "pizza" kunnen zijn, maar je moet natuurlijk keuzes maken.

Flat
Ajax' jeugd was geen gelukkige. Mijn tante woonde in een flat en dat bleek niet ideaal te zijn. Iedere week was er wel weer iets gebeurd. Dan weer was -ie van het balkon gevallen, dan had ie kurk opgegeten... Het hield maar niet op. In zijn eerste jaren moet Ajax dan ook veel van zijn negen levens hebben verloren.

Zelf kende ik Ajax in die tijd als een bange, dikke kat. Hij was niet zo blij met visite. Hij trok zich dan terug en liet zich amper zien. Omdat -ie op de flat amper kon bewegen, werd -ie ook nog eens dik. Op een gegeven moment woog -ie zes kilogram en dat is best veel. Zeker omdat zijn lijf zo kolossaal was geworden in vergelijking met zijn kleine kopje.

Verhuizing
Alles veranderde toen mijn tante -ergens in 1999 als ik het mij goed herinner- ging verhuizen. In de zomer werd er flink geklust aan haar nieuwe huis en bleef
Ajax bij ons. Daar trof hij mijn kat, die ook niet zo blij was met een nieuwkomer. Toch tolereerde Sheba haar broer, denk ik. Hoewel Ajax haar leuker vond dan andersom, hadden ze naar mijn weten nooit echt ruzie. Dat is wel anders tussen Sheba en Bonnie.


Ajax kon nu altijd buiten spelen en daar knapte hij van op. Hij begon af te vallen, waardoor hij er een stuk fitter uitzag. Hij leek zich best te vermaken bij ons.

Bussum
Toen de verhuizing eindelijk was afgerond, had Ajax een nieuw "thuis", waarin hij altijd naar buiten kon. Dat is het grote voordeel van een huis. Hoewel ik de flat vroeger altijd heel gezellig vond, was dit huis voor Ajax beter. Hij viel zoveel af, dat -ie opeens allemaal overtollig vel met zich mee sleurde. Het zullen wel de beste jaren van zijn leven geweest zijn.

Ik zag Ajax niet vaak. Alleen als m'n tante jarig was. Soms liep -ie dan even langs in de woonkamer, maar vaak was -ie buiten aan het spelen. Eén keer konden we 'm maar niet vinden. Hoe veel we ook riepen, hij was er niet! Niemand in de buurt had 'm gezien. Bleek -ie gewoon onder bed te zitten... Dat was nou Ajax, schuw als altijd. Van vreemdelingen hield hij niet zo. Daarom keek ik ook altijd uit als ik 'm wilde aaien, hij wilde nog wel eens uithalen...

Het verbaasde me vroeger dat Ajax zo goed overweg kon met Jumbo, een klein, zwart hondje. Jumbo was nog kleiner dan Ajax en hij was best oud. Op het eind zag hij bijna niks meer en was hij bijna doof. Toch haalde het kleine rakkertje nog de respectabele leeftijd van zeventien jaar. Ondertussen had mijn tante er nog een tweede rode kater erbij gekregen, die volgens mij "Spook" heet. Het verbaasde me altijd dat die twee katten zo goed met elkaar om gingen, in tegenstelling tot mijn huisdieren. 

Laatste jaar
Vorig jaar rond deze tijd zat ik de foto's van het NK "rapit" te publiceren en een artikel te schrijven over hoe McLaren alsnog de wereldtitel verspeelde. Ajax' laatste 366 dagen waren ingegaan...

Op 21 Mei vierde hij zijn dertiende verjaardag. Het zou zijn laatste worden, hoe ironisch, want hij werd ernstig ziek. Vandaag was het zover. Hij werd uit zijn lijden verlost. Enkele dagen na de overwinning op koploper FC Groningen, waarmee hij naar de negende plaats steeg, kwam zijn einde, op de leeftijd van dertien jaar en vijf maanden.

Born in Spring,
Died in Fall

Ajax

* 21-05 1995
+ 21-10 2008

13 lange jaren was je in leven, maar nu ben je voor altijd dood. :'(

(c) Behirder

Zoek de tien verschillen!

Archief:
Ajax is er niet meer; 21-10 2008

Gerelateerde artikelen:
The day after; 03-07 2011

06-07-2011

Eindversie Masterthesis

Na alle ellende van de afgelopen weken kan ik nu voorzichtig zeggen dat het een goede afloop heeft gekregen. Het ziet er namelijk naar uit dat mijn Masterthesis in ieder geval een voldoende heeft opgeleverd. Ik ga hem binnenkort op mooi papier uitprinten en in het Jesper de Groote-Museum hangen. Op dit weblogmuseum geef ik alvast een voorproefje:

FinalVersionMasterthesis
 
Zo ziet de voorkant er dus uit. In de tussentijd is de scriptie flink op de schop gegaan: ik heb de berekeningen nog een keer overgedaan, de literatuursectie is uitgebreider geworden en de voorlopige conclusie is op de schop gegaan. Ik vind het werkstuk er overzichtelijk uitzien; ik heb veel aandacht geschonken aan het uiterlijk ervan.

Al met al ben ik redelijk tevreden over de scriptie. Het is nog even afwachten, maar ik neem aan dat ik het vak gewoon (op tijd!) gehaald heb en dat maakt het alleen nog maar mooier. De andere Aarde-en-Economie-studenten heb ik op de tussentijdse bijeenkomsten al amper gezien, zij moeten het blijkbaar nog afronden. Het verbaast mij dan ook dat er maar weinig mensen "op tijd" waren. Zelf had ik nog wel de luxe van mijn schooljaarplanning: ik had eerst meer vakken gedaan, zodat ik later minder hoefde te doen. In die tijd heb ik al wat aan m'n scriptie gedaan, maar ik heb ook niet alle tijd nuttig kunnen benutten. Had ik maar wat vaker naar Jos geluisterd, die af en toe goede tips gaf. Er waren momenten dat ik het niet meer zo zag zitten, maar kennelijk ben ik dat gauw weer vergeten. Ook nu geldt weer: eind goed, al goed.

Misschien is het een idee om de thesis in het Nederlands te vertalen. Ik ben benieuwd of de gemeente Utrecht nog benieuwd zal zijn naar de resultaten, want die waren erg lastig te vinden. Wel staat vast dat er bedragen van vele miljoenen gemoeid zijn met parkeren. De interessantste bevinding: de waarde van een privéparkeerplaats is ongeveer gelijk gebleven in de afgelopen 25 jaar, terwijl de waarde van een huis vele malen omhoog is gegaan. Meer verklap ik voorlopig niet. ;)

Gerelateerde artikelen:
Er zijn van die dagen...; 27-06 2011
Conceptversie Masterthesis; 06-06 2011 

03-07-2011

The day after


Leegte

Het is een raar gevoel. Het is geen prettig gevoel. Het is een gevoel van leegte waar ik nu mee zit. Gisteren vierde ik mijn verjaardag, drie weken voordat ik echt jarig ben. Vandaag is iedereen weg en zit ik met het lege gevoel. Daarnaast knaagt er altijd nog iets. Onvervulde verlangens, dingen die niet helemaal gepland gingen.

Zo baal ik van de geringe opkomst. Natuurlijk ben ik blij met degenen die zijn gekomen, maar van mensen die beloven te komen, maar er dan toch niet zijn, kan ik goed ziek worden. Ook heb ik van een aantal mensen niks meer gehoord. Blijkbaar zijn er tegenwoordig ook mensen die hun e-mail niet controleren, of ze zijn erg aso, want ik had iedereen verzocht aan te geven of ze wel of niet zouden komen.

Gelukkig kon ik me nog wel vermaken met de spelletjes, hoewel ik er niet erg goed in was. Wel sportief van me. ;) Zowel met Damutiën als hartenjagen vertoefde ik in de onderste regionen. Bart was steeds de Grote Dalmuti (totdat hij wegging) en Roel was erg op dreef met hartenjagen. Later kwam KC en zij had zowaar een spel meegenomen: Pim-pam-pet. Een bekende naam, maar tot gisteren had ik geen idee hoe dat ordinaire spel nou werkelijk ging. Inmiddels weet ik het en kan ik het bovendien tot in de puntjes voorbereiden voor de volgende keer. ;)

Overigens was KC de enige die een spel gaf. Ik had geen specifieke cadeauwensen. Ik merk steeds vaker dat materiële bezittingen nauwelijks de moeite van het nastreven waard zijn. "Was ik maar gelukkig", denk ik dan. Ik kon slechts één wens bedenken: een ventilator. Momenteel heeft het nauwelijks nut, maar mocht het een keer warm worden, dan is het wel prettig. Maar op vijf ventilatoren zit ik ook niet te wachten. Een betere cadeauwens: spelletjes!

Het weer zat niet echt mee dit weekend. In de afgelopen jaren was het steeds warm recreatieweer, nu wat het weer ook niet zo slecht, de temperatuur deed alleen niet aan de zomer denken. Daardoor bleef iedereen maar binnen. De zomer van 2011 kan wel een vreemde zomer worden, met een natte junimaand, een koude julimaand en dan nog een redelijk mooie augustusmaand, precies het omgekeerde van de voorgaande jaren (en de voorspellingen van de klimaatexperts.) Maar goed, de zomer duurt nog lang, maar aangezien ik in augustus veel op vakantie ben, had ik liever in juli mooi weer gehad, bijvoorbeeld gisteren.

Het avondeten werd daardoor ook binnen genuttigd. Pascal, die pas 's avonds binnen kwam wandelen, was zeer te spreken over de simpele maaltijd, zo las ik vanochtend op gezichtsboek:

Pascal Losekoot De brownies waren heerlijk (en de pasta trouwens ook)

Er was naast de pasta en preitaart zelfs een aparte saus voor de vegafreaks. Na het eten gingen we nog tafeltennissen en voetballen. Toen het te donker werd om verder te voetballen, gingen we KC nog allerlei onzin over Pascal wijsmaken. Tijdens hun twintig meter lange autorit in Pascals BMW, ontkrachtte de internetschaakcommentator alle sterke verhalen.

Thuis gingen we nog Pim-pam-petten. Helaas was niemand de verhalenquiz opgevallen, net als vorig jaar. Vorig jaar was de bedoeling om de titel van het verhaal te raden. Dat leverde veel domme antwoorden op, dus kreeg ik de suggestie om het de volgende keer andersom te doen:

"Enne... Volgend jaar gaan we het andersom doen. Dan mogen jullie het artikel bij de titel verzinnen. ;)"

Dit jaar kwam de quiz totaal niet van de grond. Misschien omdat degenen die vorig jaar (de tijd gaat snel) aan de quiz begonnen, er nu niet bij waren. Daarom hier de herkansing: doe nu alsnog mee aan de Schrijf-je-verhaal-wedstrijd!

De instructies zijn als volgt:

Schrijf-je-verhaal-wedstrijd

Welkom op mijn verjaardagsfeest! Hoewel het geen weer is om lekker de hele dag buiten te zijn, is er behalve taart eten nog genoeg te doen. In dit huis bevinden zich namelijk 58 kaartjes met daarop de titel van een verhaal. Kies een aansprekende titel uit en bedenk er een verhaal bij. Schrijf dit zo duidelijk mogelijk op. Het papier zal door de organisatie verstrekt worden. Vergeet vooral niet je naam te vermelden! De verhalen zullen vervolgens worden gepubliceerd op: http://2006tot2011.blogspot.nl/2011/07/schrijf-je-verhaal-wedstrijd.html. Daarna zal een "poll" verschijnen, waarmee je op de verhalen kunt stemmen. De winnaar mag zich de "Beste Verhalenschrijver van het jaar 2011" noemen.

Apenhoofd/Behirder/Jesper/Jip/Hondekop

In PDF:

De titels zijn te vinden op:

Ik hoop dat er nu mensen zijn die alsnog een verhaal inzenden. Ik ben benieuwd naar jullie verhalen!

Gerelateerde artikelen:

01-07-2011

Kampioenen!!


Internetteam BSG prolongeert titel

Het was een hectische week voor het internetteam van BSG. Vlak voor de competitiedeadline moesten er nog twee duels worden afgewerkt. Dat leverde een hoop gestress en zure gezichten op, maar het resultaat mag er zijn: BSG is voor de tweede keer internetclubkampioen geworden!

BSG - De Eenhoorn
Het kampioenschap binnenhalen was opnieuw een lastige klus. Vorig jaar kwam het kampioenschap op losse schroeven te staan na een nederlaag tegen concurrent Terneuzen. Ook dit jaar maakte BSG het zichzelf niet gemakkelijker door van concurrent De Eenhoorn te verliezen. Tegen dit talententeam bleek BSG niet opgewassen. In een wedstrijd waar zo'n beetje alles mis ging, zoals uitvallende laptops, slechte internetverbindingen en de bijna tropische temperaturen (de wedstrijd was dinsdag), miste BSG de nodige kansen en verloor met 9-7. Bij winst had BSG het kampioenschap moeilijk meer kunnen ontgaan, maar ook na de kleine nederlaag waren de kampioenschapskansen nog vrij groot.

Dat kwam namelijk door de goede beurt die BSG had gemaakt tegen Charlois Europoort. In die wedstrijd won BSG met ruime cijfers. Door de eveneens ruime overwinning op ZSC, had BSG nog wat marge. Gisteren won Charlois met 9-7 van De Eenhoorn, waardoor het cirkeltje weer rond was. Het onderlinge duel was in het voordeel voor BSG (18-14 om 16-16 en 14-18), maar Charlois compenseerde dat door De Tweehoorn met 14½-1½ af te slachten. Daardoor werd de stand aan kop:

1. Charlois Europoort 42½, 6
2. De Eenhoorn 37, 6
3. BSG 32, 4

De andere twee teams leken slechts als kanonnenvoer te dienen, ik kan me voorstellen dat ze ook niet meer veel zin hadden in een onderlinge confrontatie. BSG mocht in ieder geval nog tegen De Tweehoorn. In de voorrondes speelde BSG ook al tegen dit team, toen won het met 13-3. Voor een dergelijk in de laatste wedstrijd resultaat zou ik van tevoren hebben getekend. BSG had vijf bordpunten nodig voor de tweede plaats en 10½ voor het kampioenschap. Dat was dus duidelijk. Minder duidelijk was wie BSG aan de eindzege zouden moeten helpen. Ewood bedankte en Large had ook geen zin. Het had niet veel gescheeld of Edwin Baart had meegespeeld. Gelukkig wist Lenaard zijn broertje te overtuigen toch mee te doen. Geen overbodige luxe, want zelfs met Large zou het moeilijk worden.

BSG - De Tweehoorn
Datzelfde gevoel hadden de spelers van DE Tweehoorn. Ze hadden er zin in: ze wilden wel als "degradant" de favoriet van de eindzege afhouden. De intenties waren duidelijk, maar in de praktijk kwam er bar weinig van terecht. In de door Pascal Losekoot van commentaar voorziene wedstrijd scoorde BSG aan de lopende band punten. Na een tijdje begonnen de spelers van De Tweehoorn medelijden met zichzelf te krijgen. Als ze niet werden weggespeeld, schoten ze zichzelf wel in de voet. De tussenstanden waren veelzeggend: 4-0, 8-0, 12-0,... BSG was op weg naar een perfecte score, wat gezien het spelbeeld als een wonder mag worden beschouwd. Vooral Ptr ging vaak door het oog van de naald. Large werkte zijn partijtjes daarentegen zonder noemenswaardige problemen af. Na vier eenvoudige puntjes te hebben gescoord, ging hij weer aan de studie. Behirder zat een beetje tussen de uitersten in: hij won steeds met grote moeite, maar zonder echt in de problemen te zijn geweest. Uiteindelijk verknalde Lenaard (HIJ weer!) in de laatste ronde dan toch de perfecte score. Hij liet een toren insluiten tegen Crossroads en verloor. Daarmee was de eer van De Tweehoorn wel een beetje gered.

Kampioenschap
BSG slaagde met vlag en wimpel voor het laatste tentamen. De 15 bordpunten waren meer dan genoeg voor het kampioenschap. De uiteindelijke voorsprong op de nummer twee, Charlois, bedroeg 4½ bordpunt. Zes bordpunten kwamen door het onderlinge duel, tegen de andere tegenstanders was Charlois kampioenswaardig. De Eenhoorn moest tien bordpunten toegeven. Dat had vooral te maken met de slechte resultaten tegen de kleintjes, waaronder hun zusterteam. Als de competitie echter om matchpunten had gedraaid, had het team met een beetje geluk kampioen kunnen worden (één overwinning erbij tegen Charlois had dan kunnen volstaan.)

Gelukkig was daar geen sprake van en dus sloot BSG een toch wel erg succesvol seizoen af: kampioen in de 1e klasse en ook nog eens de Internetclubcompetitie gewonnen. Een knappe prestatie, zeker omdat "Mr. Bullet" niet meer voor BSG in de competitie wilde spelen. Ik heb de individuele resultaten niet paraat liggen, maar ik vermoed dat Large een steengoede score heeft. Op papier hadden we een sterk team, maar Charlois en De Eenhoorn deden op papier weinig voor ons onder. Dat we het kampioenschap desondanks hebben binnengehaald, vind ik een hele prestatie!

Gerelateerde artikelen:
Het K-woord; 10-06 2011