06-04-08

Presentatie

Integratiepracticum

Soms kan school wel leuk zijn. Zelfs een presentatie kan leuk zijn, als je het onderwerp maar snapt. Zoiets had ik in 2006, toen ik nog econometrie studeerde. In januari was er al een zgn. "Integratiepracticum", waar alle behandelde stof als het ware werd verwerkt tot enkele praktische problemen.

De samenwerking verliep wat moeizaam, maar ik vond het wel grappig. Misschien schrijf ik er wel een vervolgartikel op. Het leukste vond ik die keer dat ik een printer (of was het een kopieerapparaat?) had gemold door er van die plasic slides in te proppen. Volgens die man waar ik die dingen van had gekocht kon je de ene soort wel in de printer en de andere niet en bla, bla, bla.

Ook toen moest ik een presentatie houden. Ik zal mijn fraaie sheets dan laten zien. Blijkbaar kon ik ze thuis wel probleemloos op een slide afdrukken, waarna ze door een overheadprojector (waarom zo'n modern woord voor die ouwe troep?) op het scherm werden afgebeeld. Ook toen vond ik het niet heel erg.

Tweede practicum
Maar goed, om maar weer even terug te komen op de essentie van dit artikel. In Juni van dat jaar was het tweede integratiepracticum. Ook nu moest je in tweetallen opereren. Ik dacht dat ik wel alleen zou blijven, totdat Yonan Ezra, een van de betere studenten, vroeg of ik het prakticum met hem wilde doen. Dat was dus ook weer geroggeld.

De opdracht bestond uit meerdere onderdelen. Het eerste deel was een economisch probleem, waarbij je met excel een economie in evenwicht moest brengen. Dat kan heel eenvoudig met "doelzoeken", maar je moet wel de juiste formules ed. toepassen.

Ook meen ik me nog een opdracht te herinneren met het programma "Gambit". Het ging hier om twee bedrijven, die moesten besluiten of ze wel of niet een spel op de markt zouden brengen; of tenminste een bedrijf had die keuze. Er waren nog veel onzekerheden in de markt die gesimuleerd werden met het programma. De studenten klaagden erg over het gebruikersongemak van Gambit.

Daarna kwam het "echte" werk, met een eigen onderzoekje en een opdracht. Er waren vijf verschillende opdrachten en elk groepje kreeg er een van aangewezen. Dit moest later worden gepresenteerd.

De opgave is zeker niet heel moeilijk, maar wel verrassend. Het is een soort speltheorie en met speltheorie zie je vaak verrassende uitkomsten.

Een leuk voorbeeld van de speltheorie is het zgn.
Prisoner's dilemma, wat in de praktijk nog wel eens in allerlei situaties voorkomt. Reclame maken is er een voorbeeld van.

Leuk probleempje
Maar goed, het vraagstuk - een vrij bekend geval wellicht - kwam op het volgende neer:

Er zijn drie "spelers" (1, 2 en 3). Zij kunnen op drie kandidaten (a, b en c) stemmen. Het probleem is alleen dat de drie spelers alle drie totaal verschillende preferenties hebben.

Zo geldt voor
Speler 1: a > b > c
Speler 2: b > c > a
Speler 3: c > a > b


(De ">" tekentjes betekenen dat links wordt geprefereerd boven rechts. Het preferentietekentje is niet precies een "groter dan"-tekentje, het is wat vloeiender.)

Als de drie spelers zouden gaan stemmen, dan zouden ze alle drie op een andere kandidaat stemmen. Ook de tweede en derde keus is steeds anders. Om toch een kandidaat te kiezen, wordt speler 1 aangewezen als voorzitter. Mocht de verkiezing nu op een gelijkspel uitdraaien, dan beslist zijn stem gewoon.

Is dit niet een enorm voordeel?

Dat zullen we eens gaan bekijken. Hieronder een tabel met de mogelijke keuzes van alle drie de spelers en welke "kandidaat" er dan gekozen wordt:
Download Tabel1.doc

Deze uitslagen kunnen worden omgezet in "nutsniveau's". Hierbij kunnen allerlei getallen worden gekozen, maar het makkelijkst is om de "eerste keuze" te belonen met een "nut" van 2, de tweede keus met een nut van 1 en de laatste keuze krijgt een nut van 0.

Dit levert de volgende tabel op:
Download Tabel2.doc

Nu is het het makkelijkst om voor alle spelers te kijken welke strategie ze zullen kiezen:
Wat doet speler 1 en hoe zullen speler 2 en speler 3 daarop reageren?

Hieronder het document met de conclusie:
Download Tabel3.doc

Dat mag toch wel verrassend genoemd worden!
Hoe zal speler 1 zich voelen? Hij zal het de andere twee spelers niet zo gauw vergeven, terwijl het wel logisch is.

Tot slot nog de vraag wat er gebeurt als er vier spelers zijn. Daar moet ik het antwoord vooralsnog op schuldig blijven.

Tot slot het plaatje waarin in mijn deel van de presentatie besloot:
 

"De macht van de voorzitter blijkt dus eigenlijk een zwakte."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten