28-03-10

Grillig BSG slaat opnieuw een flater


Kampioenschap blijft spannend

Wil BSG dit jaar wel kampioen worden? Het lijkt erop van niet. Iedere keer als BSG goede zaken leek te doen voor het kampioenschap, verpestte de volgende wedstrijd dat weer. Tegenover knappe zeges zoals bij Philidor en de grote uitslagen tegen degradatiekandidaten, stonden flaters zoals tegen Unitas en de Eenhoorn. Vandaag/ gisteren is dit laatste rijtje aangevuld met een extra wedstrijd: Caïssa uit.

De dag begon rustig. We gingen met de trein en namen daarbij de route die ik maar al te vaak neem: richting Schiphol. We stapten uit bij de Rai, waarna we met de benenwagen naar de speelzaal liepen. Deze speelzaal herkende ik ineens weer als zijnde de locatie waar we met BSG 2 verloren van Euwe 3, nog voordat de vereniging fuseerde met Caïssa.

Natuurlijk is Caïssa, met twee teams in de eerste klasse, een topteam. Het is een homogeen team, met vrijwel alleen maar 2200-spelers, afgezien van Hans Ree en Arno Bezemer. Ondanks dit Elogeweld hoefden we geen ontzag te tonen. Wij stonden een matchpunt en wat bordpuntjes voor, wat voornamelijk kwam door de twee flaters die Caïssa in het begin van de competitie sloeg. Inmiddels hadden ze de smaak te pakken gekregen, dus het zou een spannende strijd worden.

BSG speelde in een beetje een fantasieopstelling. Large werd aan bord één gezet en Berelowitsch aan drie. Verder speelde FM Henk aan bord zeven en dan hebben we de opmerkelijke verschuivingen wel gehad. Caïssa was met vier teams aanwezig en de zaal zat dan ook helemaal vol. Omdat een zaal vol zweterige schakers gaat meuren, waren de ramen opengezet. Hierdoor was de herrie van de straat en van de steeg voor het gebouw zeer goed hoorbaar. De ambulances en de graafmachines reden af en aan, terwijl de kinderen hun longen uit hun lijf schreeuwden.

Misschien waren deze omstandigheden een verklaring voor het zwakke spel dat BSG op de mat legde, een plausibelere verklaring is dat BSG een collectieve offday had. Een overzicht:

Aan bord twee speelde Leon tegen Rob Witt. Dat is fijn, dacht ik. Twee jaar geleden, toen we nog erg veel moeite hadden met Euwe, won hij in 21 zetten. Toen had hij echter wit en nu had Witt wit en dat bleek een wereld van verschil. Al bij de eerste keer dat ik kwam kijken, zag ik dat hij slecht stond. Even later werden er handen geschud. Large, die ernaast zat, had het erover dat Leon op het eind zat te "bluffen" en daardoor steeds meer pionnen achterkwam.

Naast me deed Ewood het in de opening ergens verkeerd en hield de schade beperkt door op een herhaling van zetten aan te sturen. Even verderop zag ik hoe Ptr werd matgezet en dat op z'n verjaardag. Voor de partij had hij het erover dat hij precies tien jaar geleden zijn eerste schaaktoernooi had gespeeld. Ondanks dat hij destijds zowat alles verloor, had hij er wel schik in. Helaas ging het nu geen haar beter.

Naast Ptr zat Le, onze toernooitijger. Hij kreeg dezelfde opening op het bord als twee ronden geleden, waardoor hij met een dame tegen toren en loper speelde. Hij lette op een vitaal moment niet op, waardoor zwart een kat-en-muisspel kon beginnen. Zwart liet het echter lopen en Le had weer in het voordeel kunnen komen, toen hij voor de tweede keer misgreep en direct kon opgeven.

Aan bord vier speelde Ton tegen Hans Ree. De grootmeester, die tot dusver niet had gewonnen, kreeg met zijn gebruikelijke geschuif een fijne stelling. Ton bleef echter alert en wist door een grapje het tij te keren. De remisemarge werd echter niet overschreden.

Naast me kreeg FM Henk een Pirc voorgeschoteld en stond lange tijd goed. Zwart kwam ineens met een geniepig paardoffer, wat helemaal geen offer bleek te zijn, maar gewoon een kwaliteit opleverde. Henk had echter goede compensatie en leek goede kansen te hebben. De remisemarge werd echter opnieuw niet overschreden.

Ondertussen was Coen bezig met zijn notatie in orde te maken. Zijn tegenstander verliet gauw de speelzaal. Het was Marc Overeem, een speler die berucht staat om de goede stellingen die hij weet te verprutsen. Ditmaal was het andersom gegaan: Coen had een prima partij gespeeld en stond goed tot zeer goed. Vervolgens liet hij het echter glippen, met als gevolg dat hij werd matgezet.

Het enige lichtpuntje van de dag was Large, die tegen Arno Bezemer speelde en door een goed uitgevoerde aanval het punt wist te drukken. De tussenstand was dus een gênante 5½-2½-achterstand. Zelf was ik toen ook nog bezig met verliezen. Voor het slapen gaan had ik met Ewood nog wat theoretische kennis opgedaan van het Nimzo-Indisch en laat de tegenstander ook Nimzo-Indisch spelen! Helaas voor mij week hij al gauw af en haalde ik twee varianten door elkaar. Niet dat wit enig voordeel had. Ik probeerde dan ook een remisetje te pakken, maar vanaf een zet of twintig ging het licht uit en werden de goede zetten schaars. Eerst gaf ik volkomen onnodig een pion weg, daarna miste ik nog tig remisekansen en tot slot liet ik wits damevleugelpionnen doorlopen. Na de veertigste zet klooide ik nog een paar zetjes door, om op te geven na een ondekbaarmatdreiging.

Ik ging nog wat analyseren, waar de ene na de andere verbetering werd gevonden. Op de een of andere manier verlies ik ontzettend vaak stellingen met een klein nadeeltje, die prima te verdedigen zijn. Vaak kan ik - als ik in de problemen zit - nog wel een minder eindspel op het bord krijgen waarvan ik weet dat het te houden moet zijn. Maar vervolgens verlies ik dat nog. 
De enige die nog bezig was, was Berelowitsch. Hij had een stuk tegen wat pionnen meer en kwam uiteindelijk in het beruchte eindspel T+L tegen T. Statistisch gezien schijnt de sterkere partij ongeveer 75 procent te scoren, aldus Ewood. I <3 statistical chess! De verdediging is moeilijk te organiseren, zeker als de verdedigende partij in de hoek is gedrukt en zeker als je je dan ook nog tegen een grootmeester moet verweren. Berelowitsch won dan ook, waardoor de einduitslag werd bepaald op 6½-3½.

Afloop
Na afloop zat ik er goed doorheen. Wat een ellende toch. Waarom spelen we zoveel k-wedstrijden? Is het de angst voor de meesterklasse? Hoewel het bestuur graag wil dat BSG in de meesterklasse gaat spelen, willen de meeste spelers dat niet. In de eerste klasse valt veel meer eer te behalen. In dat opzicht waren onze concurrenten (exclusief Caïssa) ons niet van dienst: Zukertort speelde gelijk tegen Utrecht 2 en Purmerend verloor zelfs heel dik van de Eenhoorn (was onze 5-5 toch niet zo heel slecht...) De stand aan kop ziet er als volgt uit:

1. Caïssa 11 MP, 46 BP
2. Purmerend 11, 45½
3. BSG 10, 45½
4. Zukertort 9, 45½
5. Philidor 9, 39

Caïssa speelt in de gezamenlijke slotronde tegen Utrecht 2, terwijl Purmerend en Zukertort nog tegen elkaar spelen. Als Zukertort dat duel wint, gaan ze automatisch over Purmerend heen. Dit impliceert eveneens dat Philidor geen kampioen meer kan worden, ze staan te veel bordpunten achter. BSG speelt in de slotronde tegen Cuijk, dat met Utrecht 2 in strijd is tegen degradatie. Utrecht 2 heeft een marge van 2½ bordpunt en een beter onderling resultaat, wat betekent dat als Cuijk verliest, ze aan twee bordpunten genoeg hebben. Wie weet gaat dit nog een rol spelen in de strijd om het kampioenschap.

Ondanks de geringe marge lijkt Caïssa de favoriet. Wie had dat halverwege de competitie nog kunnen denken? Stilletjes duimen de BSG'ers dat het de ploeg uit Amsterdam lukt...

Uitslagen

Caïssa [2269] - BSG [2241] 6½-3½
1. A Bezemer f [2336] - La Ootes [2400] 0-1
2. R Witt f [2203] - L Pliester m [2361] 1-0
3. J de Roda Husman [2244] - A Berelowitsch g [2536] 0-1
4. H Ree g [2401] - T van der Heijden [2276] ½-½
5. N Narings [2284] - E de Groote [2249] ½-½
6. A Hovenga [2191] - J de Groote [2124] 1-0
7. G van der Hoeven [2259] - H van der Poel f [2251] ½-½
8. M Wunnink [2299] - P Drost [2065] 1-0
9. R Kikkert [2233] - Le Ootes [2088] 1-0
10. M Overeem f [2237] - C van der Heijden [2059] 1-0

De staart laat het weer eens liggen... :(

Gerelateerde artikelen:

26 opmerkingen: