05-12-10

BSG-kwartet roze muis in Hertogstad


Treinen, zelfvertrouwen en sociale netwerken

Gisteren werd het NK Snelschaken voor Clubteams gespeeld. Dit toernooi is een beetje de grote broer van het SGS-Snelschaakkampioenschap voor Clubteams, dat een aantal weken geleden werd gespeeld. Het toernooi werd door de plaatselijke vereniging HMC (Hertogstad Max Euwe-Combinatie) georganiseerd. HMC is al jarenlang verbonden aan de arbeidsintegratieorganisatie Calder, dat het toernooi sponsorde. Het toernooi werd voor de tweede keer gespeeld en wel in de Verkadefabriek, dat tegenwoordig voor verschillende typen van drama wordt gebruikt. Vandaag kwamen er echter busladingen bezopen schakers aan.

De heenreis verliep nog vrij gesmeerd, afgezien van vermeende problemen tussen Bussum en Hilversum, waardoor ik door m'n ma naar Hilversum werd gebracht. Ik vergat ditmaal geen kaartje te kopen en ik kwam probleemloos aan in Utrecht. Daar stond ik vervolgens blauw te bekken, wachtend op de trein naar Den Bosch. Ik ging maar in de stationshal wachten op Le en La, die vanuit Amersfoort kwamen en eveneens in het spoorwegknooppunt van Nederland moesten overstappen. Op het station vermaakte ik met een gratis treinkrantje, dat echter van vrijdag bleek te zijn. Toen Le, La, Robert Ris en de trein er eenmaal waren, waren we er zo: de reis naar Den Bosch verliep voor m'n gevoel verrassend snel en de fabriek was ook zo gevonden.

Toernooi
Eenmaal binnen was het wachten op een openingspraatje. Dat duurde niet al te lang. De burgemeester van Den Bosch mocht ook nog wat zeggen. Hij vertelde dat hij van een of andere schaakkampioen uit de 19e eeuw afstamde en dat hij zelf ook nog af en toe schaakte. Verder was het praatje niet langer dan nodig was, waarna we maar begonnen. De indeling hing er al. We zouden tegen het derde team van de organiserende vereniging spelen. Dat zou dus gesneden koek moeten zijn voor spelers van ons kaliber. Viel dat effe tegen... Zelf speelde ik tegen Look Mostertman, een oude man, die echter wel goed bleek te kunnen schaken. In een Worrall deed-ie gauw a2-a4, waarop ik met ...Ta8-b8 reageerde. Er werd geslagen en al snel kwam wit met d2-d4. Mijn paard op c6 kreeg het Spaans benauwd door de dreigende opstoot d4-d5. Ik besloot het centrum maar op te geven, waarna ik niet kon verhinderen dat ik steeds slechter kwam te staan. Om de boel te dekken, moest ik steeds meer stukken in de vuurlinie zetten, maar tot mijn geluk bleven grote materiaalverliezen uit. De enige pion die ik verloor, had ik zelf weggegeven. In het eindspel liep ik mijn tijdsachterstand in en wist ik het evenwicht te hervinden, waarna de partij in een zettenherhaling eindigde. Dat was nog niet zo slecht.
De witborden wonnen verder, terwijl Large zich met een leuk patgrapje redde tegen Brent Burg. Zodoende werd het dus 3-1.

In de tweede ronde speelden we tegen HMC 1. Zij hadden een erg sterk team. Aan het hoogste bord speelde Gemini, die werkelijk waar fenomenaal speelde. Daarnaast hadden ze nog wat jonge IM's, zoals Roi Miedema, waar ik tegen speelde. Liever had ik wit gehad tegen iemand van mijn niveau, maar tegen zijn Russisch had ik misschien wel remisekansen. Helaas speelde ik in die partij alsof ik het Russische alfabet moest ontcijferen. Ik koos een vreemd plan en boette een pion in, waarna ik probeerde in de tegenaanval iets te bereken, alsof ik met zwart een Marshall-Attack speelde. Helaas was de toren op a2 aan m'n zicht onttrokken, waardoor mijn Lg5?? werd beantwoord met ...Df6xf2+ en mat op de volgende zet. Dat was niet zo slim. Ik was al gauw klaar en ik bleef een beetje levenloos zitten. Naast me zag ik hoe Le tegen Jeroon Bosch speelde. Hij had een goede stelling, want ik zag talloze goede zetten voor hem, maar helaas voerde hij de meeste ervan niet uit. Op een gegeven moment kon Le een dame winnen, waarna Bosch nog een soort wanhoopspionoffer deed en Le de dames ruilde... Na wat vereenvoudigingen zag ik pas dat Le een stuk meer had. Ondertussen had Large gewonnen van Twan Burg en leek Le de trucs te omzeilen. Een stuntje leek in de maak. Helaas had Le geen al te vaste hand in het naar winst voeren van de stelling, waardoor hij uiteindelijk gevlagd werd en BSG met 3-1 verloor, omdat Robert Ris kansloos was tegen Erik van den Dool.
Na afloop liet Le zien hoe hij binnen tien zetten een stuk won in de opening. Een elementaire wending waar Bosch nog dagenlang nachtmerries van zal hebben. Kansen creëren is mooi, maar de bal moet uiteindelijk ook nog in het doel getikt worden. Een gemiste kans voor open doel om de gedoodverfde favoriet punten af te snoepen derhalve, al kon ik de nederlaag natuurlijk ook vooral mezelf aanrekenen, omdat ik als een kind verloor in een remiseopening.

Dat vervolgens de wedstrijd tegen ASV verloren ging, was helemaal een domper. Ondergetekende maakte het opnieuw het bontst door tegen Peter Bool in de opening te klooien en op een zeldzaam amateuristische manier twee pionnen in te boeten. Nodeloos te zeggen dat er geen greintje compensatie voor was. Met twee minuspionnen werd er nog geprobeerd tegenspel te zoeken, maar alle bedachte slimmigheden faalden opzichtig. Wel werd de strijd gerekt tot het verre eindspel. De rest van het team maakte ook geen al te krachtige indruk, alleen Robert Ris wist te winnen.

Na twee krankzinnig slechte partijen, waarin ik traag en ook nog eens slecht speelde, vond ik dat het roer maar eens moest worden omgegooid. Ik moest maar eens sneller gaan spelen. Dat zou de kwaliteit van de zetten waarschijnlijk alleen maar ten goede komen. Tegen Utrecht 2 speelde ik echter tegen Michel Kerkhof, iemand met een rating (sorry!) waarvan ik dacht: "Als ik daar van verlies, dan is er echt iets mis met me", dus speelde ik juist erg voorzichtig in de Siciliaan die hij me voorschotelde. Op een gegeven moment zag ik echter dat ik een grapje had toegelaten wat een pion zou kosten. Mijn geluk was dat ik de truc helemaal niet goed was en toen mijn tegenstander er gretig op inging, won ik binnen en paar zetten grof materiaal. Daarna speelde ik de stelling met een toren meer moeizaam naar winst. Ik had in ieder geval een overwinning te pakken en dat deed me deugd.
Het team won ook dik. De Utrechtse eersterbordspeler, Vincent Deepefayn, dacht al "4-0" te kunnen invullen, maar daar stak Le, die tegen angstgegner Gilbert Vrancken speelde, een stokje voor door een voordelig eindspel in remise te laten verzanden.

Als beloning voor de zege mochten we tegen HMC 4. Zij hadden de talentjes aan de hoogste borden gezet, waarna "opa" Eric de Moor (haarleeftijd: een jaar of 50, echte leeftijd: een jaar of 20-25) het laatste bord bezette. Behirder kende hem nog van eerdere ongelukkig verlopen confrontaties, maar hij wist desondanks af te rekenen met het Moorcomplex. Net als tegen Le tijdens het NJK Snelschaken voor clubteams in Mierlo (2008) kwam er een Aljechinopening op het bord. Er kwam iets sufs met 2.e5 Pd5 3.Pc3 op het bord, waarna zwart veel pionnen in het centrum ruilde en over de f-lijn in de problemen kwam, net als tegen Le. De zwarte stukken konden geen activiteit ontwikkelen, waardoor ze uiteindelijk als schietschijf dienden.
De wedstrijd werd opnieuw vrij vlekkeloos gewonnen, maar ik weet niet meer of het ook met 4-0 was.

In de ronde voor de pauze speelden we tegen ESGOO. Behirder trad aan tegen "chess prodigy" Zyon Kollen. Hij speelde zijn stijl getrouw (?) de Spaanse Huilvariant, waarin hij een paar vreemde keuzes maakte in de opening. Ik had het gevoel goed te staan, maar meer dan dat werd het niet. In een zinderende tijdnoodfase wist ik hem te vlaggen, iets wat hij zelf claimde. :P Soms zie ik het niet dat m'n tegenstander geen tijd meer heeft, in dit geval had ik zelf nog een paar seconden over en probeerde ik reglementaire zetten te blijven doen, zonder mezelf opeens mat te zetten. In zulke gevallen kijk ik doorgaans om de paar zetten even op de klok, waarvan de vlag al gevallen kan zijn. In ieder geval won ik mijn derde potje op rij, waardoor ik met een goed gevoel aan de pauze begon. Het team won volgens mij ook, ondanks dat Lenaard het (weer niet) kon bolwerken tegen Peter Bulwark.

In de pauze zat ik een beetje met de Ootoos opgescheept, of zij met mij. 2010 is voor Le het jaar geworden waarin hij naam gemaakt heeft in de schaakwereld. Volgens hem had het ONJK er sterk mee te maken, al zal het organiseren van het Pinkstertoernooi en dat kleutertoernooitje in het Goois Lyceum er ook wel aan hebben bijgedragen. Verder een beetje met de hoge heren in de schaakwereld aanpappen door op de juiste momenten "ja" te knikken, je haar roze verven en iedereen herkent je. Vol enthousiasme sprak Le over de mogelijkheden van de sociaalnetwerksite "Face Book" en hij wilde mij ook overhalen. Heb ik @#%& (ik zal het netjes houden) voor niks vijf jaar geleden een Hyvesaccount aangemaakt... Hyves is helaas zo goed als dood. Steeds meer mensen stappen over op Face Book en dat vind ik jammer. Zo denk je een "early adopter" te zijn, zo ben je een "laggard". Op Hyves is helaas weinig lol meer te beleven. Met mijn master werd zelfs een STREEM-gemeenschap aangemaakt. Uiteraard voor Face Book. Omdat ik halsstarrig weiger op Face Book te gaan, mis ik voor het grootste gedeelte wat er bij mijn medestudenten omgaat. Vooral het gevoel dat ik niet echt deel uitmaak van de groep valt me dit jaar zwaar. In een groep vol buitenlanders voel ik me zelf een buitenstaander, maar om die reden op Face Book te gaan, zie ik weer als sociale chantage.

In ieder geval was het een vrij anoniem middagje voor mij als grijze muis. Als er iets in mijn richting wordt geroepen, is dat altijd voor een ander bestemd. Mensen vergeten m'n naam, als ze 'm al ooit gekend hebben. Misschien maar weer wat vaker onder m'n eigen naam posten op Utrechtschaak. Weet de rest van Nederland dat het forum ook stamgasten heeft die in nuchtere toestand achter het toetsenbord kruipen.

In ieder geval, het was na de pauze weer tijd om tegen een sterrenteam aan te treden. Het was de verzameling schaakmeesters van SC Utrecht. Behirder speelde aan bord vier tegen Dharma Tjiam, een IM met een rating van 2382. En dat was dan nog het laagste bord... Dat de openigen van vroeger soms nog best goed waren, bewees de aanpak van de Pirc/moderne verdediging wel. De hele partij kon ik lekker op mijn eigen manier spelen. Ik stond ook de hele tijd beter, had ik het gevoel, maar in tijdnood werd het tricky. Met nog een halve minuut op de klok werd me opeens een paard ontfutseld, waarna we elkaar door de vlag probeerden te jagen. Op het eind werden er zo ontzettend veel rare zetten gedaan, dat ik de kluts kwijtraakte en het ene na het andere stuk weggaf. Gelukkig had ik nog wel een paar seconden over toen m'n tegenstander door z'n vlag was, dus won ik op een lelijke manier.
Het team kwam dankzij een halfje van Large tegen Martijn Darmbagger nog in de buurt van een gelijkspel. Robert baalde dat hij vanuit een goede stelling had verloren van Benjamin Bok. BSG had dus wel kansen op meer, maar helaas. Helemaal terecht zal een overwinning ook wel niet zijn geweest.

De wedstrijd tegen de Stukkenjagers ging ook niet best. Behirder liet zich in een voordelig eindspel tegen Mark Clijsen (?) de kaas van het brood vreten en kreeg een zure, doch welverdiende nul te slikken. Alleen Large wist te winnen. Hij versloeg een WGM. Het was vooral een klap dat "puntenkanon" Ris het even een paar keer liet afweten.

Dat BSG verloor van En Passant, dat was niet zo heel gek. Het team van snelschaakwonder Manoeëel Boosbom troefde BSG aan de hoogste drie borden af. Slechts Behirder kon wat terugdoen door in een rommelige partij Dick de Graaf te verslaan. De vissenverkoper kwam op de weinig gelukkige gedachte om af te zien van een zettenherhaling, waarna een spannende klopjacht op beide koningen eindigde in een gewonnen stelling voor ondergetekende en een gevallen vlag voor de tegenstander.

Tegen het tweede team van de Stukkenjagers deed Behirder zijn gelukkige overwinning direct weer teniet door als een krant uit een Ponziani te komen. Er was een korte periode waarin de opening frequent werd gespeeld door ene E. Grotovsky, die zijn ongelukkige broer er soms gemeen hard mee van het bord veegde. Vele jaren later kwamen de slechte herinneringen weer bovendrijven, maar niet de juiste zetten. Na vele vruchteloze denksessies stond het Apenhoofd er zowel qua tijd als qua stelling belabberd voor. Toen er nog een stuk werd weggegeven, was de afgang compleet tegen Reinier Jaquet (1910). Het team won volgens mij nog wel.

In ieder geval speelden we weer op een hoge tafel (van 9 naar 2 in één ronde) en wel tegen Apeldoorn. Behirder speelde tegen Harmen Achijan, die een Siciliaan speelde. Behirder speelde een beetje vaag, maar niet heel slecht. Pas toen de gebruikelijke denksessies kwamen, werd het onduidelijker. De c-pion werd niet even een keer gedekt, waardoor zwart opeens over de tweede rij binnenkwam en binnen een paar zetten won. Le won nog wel knap van Sjefke, waarna Large een gelijkspel moest veiligstellen tegen Stefan Kuipers. Hij stond echter verloren en de benodigde winst (Ris had verloren van Roelieboelie) zat er niet in.

Het toernooi werd afgesloten tegen twee zwakke teams. Allereerst werd SHTV (wat een waardeloze afkorting...) geprakt. Ondergetekende speelde tegen Koos Roeleveld, een klein jochie, dat vrolijk Schots gambiet speelde en tot de ontdekking kwam dat je er hard mee kunt verliezen. Ik vond het wel sneu dat ik als kinderbeul had opgetreden. Omdat ik al snel klaar was, ging ik maar bij andere wedstrijden kijken, waardoor ik de overige partijen niet heb gezien. Het schijnt 3-1 te zijn geworden.

Vervolgens werd er nog lol getrapt met een straalbezopen Tom Bus. BSG speelde in de laatste ronde tegen Voerendaal. Le en La zaten vrolijk te kwekken met de charmantste man van het Zuid-Limburgse team. Hij herkende mij, maar kon er geen naam bij verzinnen. Pas na een aantal hints wist hij wie ik was, waarna hij voor ons wat drankjes bestelde. Door het vele bier kwam het schaken op de tweede plaats. BSG won wel, onder meer door een puntje van Behirder, die fraai uit de opening kwam, maar traag en warrig speelde, waardoor hij het uiteindelijk net op tijd redde. Dit overigens tot wanhoop van de omstanders, die zwarts "vlag" al eerder hadden zien vallen.

Het duurde nog even voordat de prijsuitreiking kwam. Hier kwam pas goed de tactiek van HMC naar boven om zo veel mogelijk prijzen binnen de vereniging te houden: behalve een zeer sterk team, hadden ze door handig te rouleren ook nog eens het leeuwendeel van de bordprijzen te pakken. Zo bleek Bart Miedema het beste vierde bord te zijn geweest met een perfecte score van... 9 uit 9. Dat was nog niks vergeleken Erik van den Doel, die 13 uit 13 scoorde aan het hoogste bord. Daarmee demonstreerde hij weer eens dat hij erg goed kan snelschaken, zoals eerder op het NK Internet van vorig jaar.

BSG had niks gewonnen. Met zeven overwinningen en zes nederlagen eindigde het grijzemuizenteam in de grijze middenmoot. De individuele uitslagen komen misschien op de toernooisite, maar durf ik niet mijn handen voor in het vuur te steken. Misschien willen de betrokkenen hun scores zelf nog toelichten.

Het was inmiddels donker geworden en we liepen weer naar het treinstation. Het was echter een zooitje op het spoor. De trein naar Utrecht Centraal had al vertraging, het ding schoot bovendien niet erg op. Het drama kwam nog op Utrecht Centraal, waar Behirder zijn trein voor zijn neus weg zag rijden. Het stomme ding had er al de hele tijd gestaan en net toen bekend werd dat het de trein naar Hilversum was, reed-ie weg. Behirders enige troost was een gratis kopje thee, dat hij langzaam opdronk toen ook zijn twee makkers hem verlieten. De trein naar Zwolle was op hetzelfde spoor aangekomen en bleef daar nog lekker lang wachten. Ondertussen wist geen enkele conducteur welke trein nou waar naartoe zou gaan. Toen de trein naar Zwolle weg was gegaan, zou eindelijk de trein naar Hilversum komen. Toen ik een plaatsje had veroverd, bleek die ineens volgens een horde toegestroomde reizigers, ondanks de informatie op dat bord, toch weer naar Zwolle te gaan. Ik er weer uit, maar toen was de trein die vermoedelijk wel naar Hilversum reed ineens vertrokken...
Ik belde m'n ouders maar om me op Utrecht Centraal op te pikken. Ik kreeg bijna moordneigingen van dit amateuristische gedoe. De NS blies onlangs hoog van de toren door te roepen dat het spoor "winterklaar" zou zijn en dat problemen zoals in de vorige winter tot het verleden zouden behoren. Nou, er was één sneeuwbuitje nodig om het hele systeem te ontregelen. Chapeau! Weer waren er talloze wisselstoringen die het treinverkeer nagenoeg platlegden. Die investeringen waren blijkbaar gewoon een wassen neus. Wie heeft het geld ervan eigenlijk in z'n zak gestoken? 
Maar het ergste is de gebrekkige communicatie. Hoe kan het nou dat zelfs de conducteurs/NS-medewerkers geen idee hebben waar die treinen naartoe gaan?

Uiteindelijk kwamen m'n ouders me maar ophalen, waardoor het verhaal met een sisser afliep. Een tip voor volgend jaar: houd het weerbericht in de gaten!

[Update: 2:15, 2:30]

Gerelateerde artikelen:

21 opmerkingen: