01-09-10

Een zomer met twee gezichten

Zomer gaat uit als een nachtkaars
De zomer is weer voorbij. Het was een vreemde zomer, met eerst veel hitte en daarna veel neerslag. Tijdens het WK Voetbal was het zonnig en warm, maar juist in de vakantieperiode was het echt weer een Hollandse kwakkelzomer. Halverwege juli sloeg het weer om en in augustus gingen de hemelsluizen vol open, wat voor een teleurstellend einde zorgde van een veelbelovende zomer.

Was de zomer in Nederland al aan de extreme kant, ook in de rest van de wereld was het raak. Zo was het in Rusland krankzinnig heet, terwijl half Pakistan onder water liep. De vraag is of dit door de klimaatsverandering komt, of doordat bijvoorbeeld de straalstroom dit jaar wel heel raar is. Door het rare gekronkel van het ding ruilden grote delen van de wereld met elkaar van weer, wat tot grote overlast leidde. Kortom: extreem weer in het ene gebied betekent vaak ook extreem weer elders.


Zomer in Nederland
Qua temperatuur sprong alleen de maand juli er positief uit. De zomermaand was bijna twee graden warmer dan normaal. Juni was wat warmer dan gemiddeld, wat kwam door de warme dagen aan het eind van de maand. Augustus was een graad koeler dan normaal. Al met al was juli gemiddeld drie graden warmer dan de andere twee zomermaanden.


De hoogste temperatuur in de Bilt werd gemeten op 9 juli, toen het 34,4 graden werd. Toch was 2 juli de warmste dag van de zomer, met een gemiddelde temperatuur van 27,1 graden. Het was één van de drie tropische dagen die deze zomer rijk was en daarnaast kwam de temperatuur ook in de koude uurtjes niet onder de twintig graden uit. De warmte was opmerkelijk te noemen, want nog geen twee weken eerder werden de laagste temperaturen gemeten: 19 en 20 juni waren de koudste dagen van de zomer. De 20e was zelfs de enige dag waarop het niet warmer werd dan 15 graden. Op de 22e werd de laagste temperatuur van de zomer gemeten: een miezerige 4,3 graden.

De drie tropische dagen vielen allemaal in de eerste helft van de zomer. De in totaal 26 zomerse dagen vielen ook vooral in de eerste helft van de zomer: 21 tot 16 juli en nog vijf erna. De zomer leverde helaas net geen hittegolf op. Van 7 tot en met 14 juli kwam de middagtemperatuur steeds boven de 25 graden C, maar helaas werd in De Bilt de 30 graden op 11 juli net niet voor de derde keer gehaald. In het (zuid)oosten werd aan dit criterium echter wel voldaan, waardoor er slechts sprake was van een regionale hittegolf.

De zomer kende een opvallend verloop qua zon en neerslag. Juni was extreem zonnig met 281 zonne-uren, juli deed het met 257 ook niet onaardig, maar augustus kwam niet verder dan 163 uren, waarmee de maand ook somberder was dan de voorjaarsmaanden april en mei, terwijl maart amper minder zonnig was. Augustus was wel koploper qua neerslag. In De Bilt werd 155 mm afgetapt, wat gezien de distributie van de neerslag als een klein wonder mag worden gezien: in de omringende stations werd meer afgetapt. In de achterhoek viel zelfs bijna het dubbele:


Geografisch overzicht van de neerslag in augustus.

In juni viel daarentegen amper neerslag en juli zat er netjes tussenin. Kortom: de dagen werden steeds somberder en natter.

Gevoelstemperatuur
Helaas zegt de gemeten temperatuur niet altijd hoe het weer wordt ervaren. Een zonnige dag in april kan veel warmer aanvoelen dan een regenachtige dag in oktober, hoewel de thermometer in beide gevallen dezelfde temperatuur aangeeft. In Nederland staat het onderzoek naar de gevoelstemperatuur helaas nog in de kinderschoenen. Er zijn twee systemen die een beetje naast elkaar bestaan: de windchill, waarmee het effect van de wind wordt meegenomen voor de gevoelstemperatuur en de vooral in Amerika gebruikte heatindex, waarbij de luchtvochtigheid een rol speelt. De windchill wordt gebruikt in de winter en de heatindex in de zomer. Het moge duidelijk zijn dat deze indices maar een zeer beperkt domein hebben. Ze zijn maar zeer beperkt toepasbaar en gaan bovendien voorbij aan andere weersvariabelen en de interacties tussen deze variabelen.

Een veel geavanceerdere methode wordt in Australië gebruikt. Hoewel Australië een heel ander klimaat heeft dan Nederland, neem ik aan dat deze formule ook voor het Nederlandse weer toepasbaar is. Deze functie van de "apparent temperature" houdt rekening met de volgende weersvariabelen:


- Temperatuur
- Luchtvochtigheid
- Wind
- Zonnestraling


Om deze formule gebruiksklaar te maken voor de afgelopen zomer, zijn berekeningen en aannames nodig. Ik heb geprobeerd de gemiddelde schijnbare temperatuur en de schijnbare temperatuur overdag te schatten uit de gegevens die het KNMI me levert. Met deze schijnbare-temperatuurformule worden er als het ware bonuspunten uitgedeeld voor veel Zon en aftrek door de wind. Daarnaast zorgt een hoge luchtvochtigheidsgraad ook weer voor hogere gevoelstemperaturen.

Volgens de formule waren de middagen van 9 en 10 juli de zwaarste van de hele zomer met een gevoelstemperatuur van 38½ graad. Dit is oncomfortabel tot gevaarlijk heet. Of dat in de praktijk ook zo was, kan ik me niet meer herinneren. Ik weet van mezelf dat ik het juist warmer heb bij een lage luchtvochtigheid, omdat ik dan uitdroog en me brak ga voelen. In ieder geval zit de formule nog in een testfase. Verdere metingen moeten duidelijk maken wat de waarde is van de uitkomsten.

Voor de zomer van 2010 blijkt de schijnbare temperatuur in de maand juli ook beduidend hoger te liggen dan in de andere twee maanden. Overdag was de gemiddelde schijnbare temperatuur 28½ graad, wat gewoon "warm" is. Juni (24,4) en Augustus (22,5) kregen het predicaat "comfortabel". Over het hele etmaal was juli met een schijnbare temperatuur van 21,2 graden ook beduidend warmer dan juni (16,8) en augustus (16,9).

Hopelijk kan ik de schijnbare temperatuur in de toekomst gebruiken om de zomers eerlijk met elkaar te vergelijken. Zo was augustus dit jaar met een gemiddelde temperatuur van 16,8 graden nog een gemiddelde maand vergeleken het door het KNMI gebruikte tijdvlak 1970-2000, terwijl het voor de beleving van de meeste mensen een waardeloze maand was. Dit komt naar voren in de schijnbare temperatuur, die bijna drie graden onder de gemiddelde schijnbare temperatuur uit het tijdvlak 1988-2007 ligt. Voor juni en juli geldt het omgekeerde: deze maanden hadden een beduidend hogere schijnbare temperatuur.

Al met al denk ik dat de afgelopen zomer wel goed is samengevat door deze cijfertjes. Ze zijn terug te vinden in de bestanden hieronder:




Aangezien het weer weinig buitenactiviteiten meer toestaat, is er vast tijd om in deze bestanden te duiken.

[Update: 19:43, 19:51]

Gerelateerde artikelen:
Lente!; 20-03 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen